Categorieën
Interview

Yvette van Boven

De kok en schrijver die alles zelf doet, van lettertypes tot tv-programma’s, vanuit haar eigen keuken

Op haar tiende tekende Yvette van Boven haar toekomst: een wit boerderijtje op een heuvel, een koe die door het raam kijkt, zijzelf breiend met haar hond naast haar. “De burgemeester zegt dat ik met pensioen moet, maar dat doe ik dan natuurlijk niet,” schreef ze erbij. 

Decennia later leeft ze precies dat leven: in Ierland, waar ze afwisselend woont en werkt, en in Nederland waar ze wekelijks haar kookrubriek voor het Volkskrant Magazine maakt. De kok, schrijver en illustrator die al haar kookboeken zelf vormgeeft (ook de lettertypes!) en alles in eigen hand houdt, noemt zichzelf een laatbloeier. Terwijl haar vrienden doelgericht kozen voor architectuur of advocatuur, zat zij te zoeken. “Ik was altijd jaloers op mensen met een richting,” bekent ze. Tot ze ontdekte dat al die verschillende petten – schrijver, tekenaar, kok, vormgever – juist haar kracht zijn.

Hoe kom je van faalangst die je soms letterlijk voor een deur doet omkeren, naar een rijke carrière? Wat betekent het om te geloven dat “goede kwaliteit altijd bovenop blijft staan” in een tijd van foodfluencers en TikTok? En hoe maak je met trillende benen toch de keuze om gewoon te doen, zonder spijt te krijgen?

Yvette van Boven over haar jonge jaren

Je kunt het interview hieronder lezen of beluisteren op Spotify.

[Applaus] 

ERNST-JAN PFAUTH: We gaan beginnen met een fragment.

YVETTE VAN BOVEN: Oh, gelijk?

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, meteen erin. Een programma.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Jij kijkt dit elke zaterdagochtend.

YVETTE VAN BOVEN: Ja, oh! Ja, nu minder, maar vroeger echt vast.

ERNST-JAN PFAUTH: Een soort keuvelend, nou we gaan even kijken, programma van de BBC.

YVETTE VAN BOVEN: Yes.

Fragment 1: Saturday Kitchen

ERNST-JAN PFAUTH: Ik weet niet of er iemand naar jou gekeken heeft, tijdens dit fragment, maar jij leefde echt heel erg mee.

YVETTE VAN BOVEN: [Lacht] Ja! Ik dacht ook: ah shit, zat die camera erop en dan komt dat ding er niet uit. Oh, dat is echt zo irritant.

ERNST-JAN PFAUTH: Er is dus een periode in jouw leven geweest dat je elke zaterdagmorgen hiermee begon?

YVETTE VAN BOVEN: Ja, altijd zaterdagochtend, ja. Het heet ook Saturday Kitchen. Nou, ja, het is nog steeds mijn droom dat ik daar een keer mag… Ik weet niet, alle groten ter aarde die een beetje kunnen koken, die zijn daar geweest.

ERNST-JAN PFAUTH: Er zitten een paar mensen aan tafel te kijken hoe ze dat doen en een beetje te keuvelen?

YVETTE VAN BOVEN: Nou, het is een fantastisch programma, vind ik, omdat het bestaat al, nou, ik heb het niet opgezocht, maar ik denk al zeker 30, 40 jaar. Het wordt steeds door een andere presentator gepresenteerd. Het is heel los, maar ondertussen is het super goed geregisseerd. En er zitten wat gasten aan de zijkant, zo, aan een soort zijtafel. En die, sommigen kunnen wel koken, anderen niet. Het kan ook bijvoorbeeld iemand zijn die net een nieuwe musical uit heeft of zoiets.

ERNST-JAN PFAUTH: Een cordon bleu maakt thuis.

YVETTE VAN BOVEN: Een cordon bleu maakt thuis. Ja, nou ja, het is een soort mengeling, een soort magazine van een luchtig interview, zo’n gesprek zoals wij nu hebben, met een gast en ook wat hij wel of niet met eten heeft. Intussen komen er niet normaal grote chefs, komen daar gewoon even iets koken. Die presentator kan interviewen en meekoken tegelijkertijd. Vangt ook alles op. En er zitten wat, ja, er zitten wat terugkomende soort wedstrijdjes en spelletjes in en zo. Het is enorm interactief met het publiek. Iedereen belt in en doet mee.

ERNST-JAN PFAUTH: Wat doet dit met jou als je dit kijkt?

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ik vind het dus echt een heel leuk programma.

ERNST-JAN PFAUTH: [Lacht] Ik merk het, ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: [Lacht] Ik merk het.

YVETTE VAN BOVEN: Ja! Ik vind het ook heel leuk. Want dan stoppen ze en dan komt: “Nou dan gaan we nu naar Nigella kijken,” of wat dan ook. En dan komt er gewoon een programma. Het is wat vroeger Telekids was. Het is zo’n hele ochtend.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Maar ik vind dit heel erg, een soort Live & Cooking. Daar moest ik het meest nog aan denken.

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ik denk dat zij daar ook wel naar gekeken hebben.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, dat zullen zij wel gekeken hebben.

YVETTE VAN BOVEN: Maar bij de BBC is gewoon alles altijd heel, meteen heel, tenminste de oude BBC, heel goed.

DOORTJE SMITHUIJSEN: En kijk je dit dan voor de recepten?

YVETTE VAN BOVEN: Nou, ik keek het voor, nou ik vond… Ik vind het dus heel leuk dat je dus live, het is live, dat is leuk. Het is niet, dat is best wel dapper.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Het gaat soms allemaal mis.

YVETTE VAN BOVEN: En je ziet ook dat het ook soms niet goed gaat. Maar in principe gaat meestal alles wel goed en het kan ook wel een beetje… Want de Hairy Bikers zijn dit en die spelen dat denk ik ook wel een klein beetje. Ja, ik vind dat dus een fantastisch concept. En wat ik dus heel leuk vind, en dat is bij BBC veel meer dan in Nederland, is die aandacht voor kooktelevisie. En dat voor mij, van vroeger, is dat, ja, dat vond ik gewoon heel groots. Dat hebben we gewoon in Nederland niet.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Want jij las, heel jong las je al kookboeken, echt als kind?

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Was je al helemaal, kon je helemaal geobsedeerd zijn met recepten.

YVETTE VAN BOVEN: Vijf jaar of zo.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Of je vijfde!

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ja, ja, ja. Oh ja, zolang ik me kan herinneren. Ik heb best wel vergaande herinneringen. Dus ja, mam… Die zit ook daar ergens.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, echt leuk.

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Wat vind jij zo fascinerend of zo fijn aan een recept?

YVETTE VAN BOVEN: Wat een leuke vraag. 

[Publiek lacht]

YVETTE VAN BOVEN: Nou, vooral, ik vond het vroeger heel veel gedoe om dingen uit te meten. Want ja, handje? Of ja, doe je toch gewoon, een schepje of zo? En dat vond ik heel tuttig om het allemaal af te meten. Ik ben daar ooit in Amerika ook, zat ik bij een of andere chef, een man die heel veel kookdingen doet, en die was echt helemaal zo verbouwereerd dat ik daar heel losjes over deed. Maar ik word er ook steeds preciezer in. En puur om de reden dat ik het dus vreselijk leuk vind dat iedereen anders kookt. Net zoals iedereen anders schrijft of zich anders kleedt of naar andere muziek luistert. En dat je dus daarvan kunt leren. En dat kan alleen maar door dingen te noteren en het na te koken van iemand anders. En ook niet te denken: ja, maar ja, ik hou niet zo van paprikapoeder, dus dat ga ik vervangen. Nee, je moet het wel doen, want als je dat doet, dan leer je een nieuwe smaak. En dan leer je ook misschien dat je paprikapoeder wél lekker vindt op die manier.

Je moet niet denken: ‘Ja, maar ja, ik hou niet zo van paprikapoeder, dus dat ga ik vervangen.’ Nee, je moet het wel doen, want als je dat doet leer je een nieuwe smaak.

Yvette van Boven

DOORTJE SMITHUIJSEN: Dus het is eigenlijk echt een overdracht van iets heel particuliers, creatiefs?

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Nou, wat een leuk antwoord.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, ik vind het echt een heel leuk antwoord.

[Publiek lacht]

ERNST-JAN PFAUTH: Ik las laatst een recept van jouw hand over aubergine.

Dat zijn er wat meer, dus ik weet niet welke.

ERNST-JAN PFAUTH: In het Volkskrant Magazine, het was vrij recent.

YVETTE VAN BOVEN: Oh ja! Van vorige week, ja.

ERNST-JAN PFAUTH: En daarin schreef je dat je net als een aubergine een laatbloeier bent.

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Waarom ben jij een laatbloeier?

YVETTE VAN BOVEN: Nou, toen in de studententijd, die ik niet echt heel erg had, want ik studeerde niet zo heel, ja, ik studeerde steeds iets anders. En iedereen ging mij voorbij. Ik had een beste vriend, die wist al vanaf zijn tiende dat hij architect wilde worden. En die ging ook meteen naar de TU. En nou, die studeerde en die werd dan ook architect. En ik had vriendinnetjes, die werden advocaat. Weet je, iedereen kon ook iets en zo. En ik kon wel, ik kon dit en ik kon dat ook wel eigenlijk. En ik dacht dan dat ik misschien kunstenaar was. En dat was ik dan ook weer niet. En ja, dus ik was heel erg zoekend. En achteraf dacht ik: nou ja, ik heb natuurlijk al die verschillende dingen gedaan. En dat heeft me eigenlijk heel veel gebracht. Dus het is eigenlijk maar goed ook dat ik zoveel verschillende dingen heb gedaan en alles een beetje heb geproefd. 

Want ik heb ook heel veel petten op. Ik ben natuurlijk niet alleen maar met een mes en een garde aan de slag. Maar ik schrijf en ik teken. En ik maak mijn boeken. En ik maak mijn eigen projecten. Dus ik heb ook al die petten nodig. Maar daar kom je pas later achter. Aan het begin denk je: ik ben volledig mislukt, want iedereen is heel erg zo al iets aan het doen wat werk is met geld en zo. En ik, ja, bij mij ging dat pas veel later.

ERNST-JAN PFAUTH: Wat was dan het moment dat je dacht: oh nu ben ik, nu ben ik daar? Nu ben ik tot bloei gekomen?

YVETTE VAN BOVEN: Oh, dat ben ik nog steeds niet. [Lacht]

DOORTJE SMITHUIJSEN: Nee?

YVETTE VAN BOVEN: Nou…

ERNST-JAN PFAUTH: Maar je kijkt wel al terug, dat je ziet van: oh dit is ergens goed voor geweest. Dat suggereert dat er een punt is dat je dacht: ik ben ergens.

YVETTE VAN BOVEN: Nee, ik ben nu wel ergens. Maar ben je ooit op de plek waar je moet zijn?

DOORTJE SMITHUIJSEN: Dat is wel heel filosofisch. [Lacht]

YVETTE VAN BOVEN: Ja. Maar nou ja, weet je, ik vond het heel leuk toen jullie me hadden gevraagd om hier te komen zitten. En dacht ik: jeetje, waar ga ik het over hebben? Want ik heb nooit iets uitgestippeld of bedacht. Ik was altijd jaloers op mensen met een richting. Of een doel. En dan zo van: oh, dan word ik dat. Ik had wel dromen, maar dat is een beetje een soort wijd. En daar spreek je je ook niet zo over uit. Maar ik heb me daar nooit naartoe ge… Het is me ook een beetje overkomen.

 Ik heb nooit iets uitgestippeld of bedacht. Ik was altijd jaloers op mensen met een richting. Of een doel.

Yvette van Boven

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, maar en ook dingen gingen natuurlijk ook soms anders dan je wilde, misschien? Dus je hebt ook lang een eigen restaurant gehad. En daar ben je dan op een gegeven moment weer mee gestopt. Toen ben je je eigen kookboeken gaan schrijven.

YVETTE VAN BOVEN: Klopt.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Was dat dan… Ik kan me ook voorstellen dat je dat niet per se zo in je hoofd had. Zo van: nou, dan begin ik eerst een restaurant en dan ga ik daarna kookboeken schrijven. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want je moest ook stoppen, toch? Je kon niet meer achter de…

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ik had gewoon medisch, was ik een beetje ongelukkig. Nou, ik geloof heel erg in dat je… Tenminste, zo is het bij mij altijd gegaan. Ik ben altijd gewoon maar dapper door gegaan. Ik voel ook heel erg met Joost [de Vries] mee, dat ‘ie zei van: “Hard werken, doorzetten en gewoon doorstiefelen.” En dan kom je altijd op een soort tweesprong en dan moet je kiezen. En dingen overkomen je. Je komt in een situatie terecht, heb je zelf ook niet helemaal bedacht. En dan kun je die kant of die kant op gaan. En dan kies je op dat moment de beste weg. En op dat moment is dat dan ook de weg die je gekozen hebt en daar moet je ook mee dealen.

 Ik ben altijd gewoon maar dapper door gegaan.

Yvette van Boven

Ik had toevallig pas met mijn moeder een heel gesprek over spijt hebben. En dat heb ik niet zo heel erg. Ik denk altijd van: je moet… op dat moment was dat de beste beslissing die je kon maken. Daar heb je goed over nagedacht. En dan moet je dealen met wat je gekozen hebt. En dan ga je die weg verder.

Ja, soms overkomen je dingen. Zoals bijvoorbeeld het restaurant, wat ik helaas… Ja, kon ik gewoon niet meer in werken. Ik kreeg iets aan mijn rug. Heel vervelend lang verhaal. Maar goed, dan kan je dus niet meer achter de kachel staan. Dus toen dacht ik: ja, nu kan ik… Maar nu kan ik wel… Want er is altijd een deur die open gaat. Dus nu kan ik dan wel dat boek maken.

DOORTJE SMITHUIJSEN: En had je dat dan altijd al in je hoofd, van: ik zou eigenlijk ook wel boeken willen maken?

YVETTE VAN BOVEN: Nee.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Of was dat meer van: nu kan ik maar niet meer in het restaurant werken, laat ik dan maar internationaal heel succesvol kookboekenschrijver worden?

YVETTE VAN BOVEN: Nee, het is heel raar. Want ik… Nog steeds ben ik een beetje… En nu ook, ik ben eigenlijk heel nerveus als ik voor heel veel mensen sta. Maar daarom vind ik de keuken een hele fijne plek. Omdat je altijd achterin staat. En mijn neef stond voor in het restaurant. Die was altijd met mensen. Die is daar heel goed in. En ik dacht altijd: ja, nee, laat mij maar een beetje rommelen. Ik zit hier achterin. Prima. En een boek schrijven is ook heel fijn, want dan kun je gewoon allemaal een beetje zelf doen. En zolang ik het ook allemaal zelf doe. Want ik doe ook alles zelf. Behalve de foto’s maken.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, ook de vormgeving.

ERNST-JAN PFAUTH: Zelfs de lettertypes, toch?

YVETTE VAN BOVEN: Lettertypes maak ik ook zelf. Maar omdat ik… Maar het is ook een soort vorm van verlegenheid. Ja, klinkt heel gek. Maar het is ook een soort vorm van: laat mij maar op mezelf, want dat vertrouw ik wel.

ERNST-JAN PFAUTH: Omdat je dan niet met andere mensen hoeft samen te werken?

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Oke. Goh. Ik dacht dat je gewoon creatieve eind…

YVETTE VAN BOVEN: Oh ja, jawel. En nou… Het creëert ook heel veel vrijheid. Want als je alles zelf doet, hoef je dus niet met mensen allemaal dingen te overleggen, wat altijd heel lang duurt. En ergernis is ook heel erg, dus ik…

DOORTJE SMITHUIJSEN: Maar hoe maak jij dan in godsnaam tv? Want dat is echt hoe ik het altijd ervaar. Een soort van… Totale constant alles moeten overleggen en wachten en dan…

YVETTE VAN BOVEN: Ja, maar ik maak wel tv altijd met een heel klein ploegje. We zijn maar met z’n vier of met z’n zessen soms. En dat is ook gewoon bij mij thuis. Het is heel veilig.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, je hebt het gewoon heel goed georganiseerd. Ja, ik hoor het al.

YVETTE VAN BOVEN: Je moet het gewoon heel erg om jezelf heen bouwen.

ERNST-JAN PFAUTH: We gaan een heel intiem programma kijken. Ook iemand die bij hem thuis is.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Hij heeft het ook goed georganiseerd.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, jij zag dit programma. En het werd voor jou meteen een soort ideaalbeeld.

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Zullen we eerst gewoon even kijken?

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: En dan gaan we zo…

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: …toelichten.

Fragment 2

YVETTE VAN BOVEN: Gaaf he!

ERNST-JAN PFAUTH: Waarom deed dit zoveel met je?

YVETTE VAN BOVEN: Nou ja, dit was… Toen ik dat zag dacht ik: oh, dit kan!

ERNST-JAN PFAUTH: Wanneer was dit ongeveer?

YVETTE VAN BOVEN: Wanneer was dit… Begin jaren ‘90 ofzo?

ERNST-JAN PFAUTH: Dat zou je wel zeggen ja, het zag er erg nineties uit.

YVETTE VAN BOVEN: Ik dacht: dit is wel het hoogst haalbare. Dat je dit mag maken, dat is wel te gek.

ERNST-JAN PFAUTH: We hebben het allemaal gezien, maar ik denk dat jij er meer in ziet dan de gemiddelde kijker…

YVETTE VAN BOVEN: Ja, mijn hart klopt helemaal.

ERNST-JAN PFAUTH: [Lacht] Ja, daarom.

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ik heb deze serie echt helemaal… Ik heb alle DVD’s ook enzo.

ERNST-JAN PFAUTH: Dat “hoogst haalbare”, kun je daar dan eens woorden aan geven?

YVETTE VAN BOVEN: Het is heel grappig, ik had ooit toen ik tien was of zo, had ik een tekeningetje… Moest ik voor op school schrijven: als je later groot bent of als je later met pensioen gaat, hoe zie je je leven dan? Toen had ik een opstelletje geschreven en een tekening gemaakt. En toen had ik geschreven: “Nou ja ik ga niet met pensioen, want ik vind mijn leven veel te leuk.”  Nee: “De burgemeester zegt dat ik met pensioen moet, maar dat doe ik dan natuurlijk niet.”

Toen dacht ik: ja, dat klopt ook wel, want ik ben ook best wel een soort rebels. Of ja, rebels… Maar: “Mijn man is helaas overleden.” Sorry Oof. “En maar ik heb nog steeds mijn hond en een heel goed leven.” En ik heb mezelf breiend, ik brei ook nog steeds, op een stoeltje getekend met een koe die door het raam kijkt en dan mijn hond daarnaast. Het is allemaal gewoon waarheid geworden. En dan ook in een wit boerderijtje op een heuvel met bloemen ervoor. Dat had ik gewoon in mijn hoofd. Op een of andere manier, ik weet niet, nu noem je dat manifesteren. Maar vroeger…

[Publiek lacht]

DOORTJE SMITHUIJSEN: Maar jij was daar heel vroeg mee.

YVETTE VAN BOVEN: Vroeger had ik al zoiets van: nou dat wordt het. Toen zag ik dit en toen dacht ik: ja!

ERNST-JAN PFAUTH: Het kan dus echt.

YVETTE VAN BOVEN: Je kunt er ook gewoon je geld mee verdienen met dit leven. En toen bij ook die boerderij. Ik heb dus in Ierland, nou niet hetzelfde boerderijtje, maar je zou het zo erop kunnen leggen. Toen dacht ik: als ik daar nou gewoon mijn geld mee kan verdienen…

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, dus je zag het echt als een leven. Maar dus ook als een manier om dat leven te kunnen bekostigen.

YVETTE VAN BOVEN: Ja en ook wat ik dus heel leuk vind, is dat… En dat merkte ik ook al heel snel toen ik Koken met Van Boven ging maken, heel lang geleden. Maar dat je gewoon mensen kunt laten zien dat tomaten aan een plant groeien en niet alleen in ketchup zitten. Dus ik ben gewoon verbaasd over de onwetendheid daarin. En dat vind ik dus zo leuk. Maar je moet het ook.. En dat vind ik dus enig aan hem, dat hij meteen begint met zo’n heel bloemenperk. Dus je moet het met een beetje humor brengen. 

Dat je mensen kunt laten zien dat tomaten aan een plant groeien en niet alleen in ketchup zitten; ik ben gewoon verbaasd over de onwetendheid daarin.

Yvette van boven

ERNST-JAN PFAUTH: En niet met een vingertje.

YVETTE VAN BOVEN: En niet met een vingertje.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Maar ik vind het interessant wat je ook zegt over die tomaten en ook de behoefte om dat aan mensen te vertellen. Want eigenlijk, jouw eerste boek Home made, wat ook een beetje geïnspireerd is op deze manier van leven volgens mij…

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Of ik weet niet in hoeverre je die zelf toen al had. Dat heeft ook heel erg iets zo’n soort van back to basics, of maak dingen zelf die je misschien anders ook in de winkel zou kunnen kopen. En dat kost dan iets meer moeite, maar dat maakt het wel leuker of zo.

YVETTE VAN BOVEN: Ja. Nou… Het gekke is, het was voor mij niet echt zo’n per se een bedachte stijl of zo. Het was gewoon hoe ik alles al deed. Dus wij zijn in Ierland opgegroeid. En ik ben van eind jaren zestig. En in Ierland was op dat moment echt een soort tweede wereldland. Nu is het nog steeds wel een beetje… Ja, het is niet achterlijk natuurlijk, helemaal niet. Maar het is nog steeds wel… Ik bedoel, als ik in Amsterdam ben denk ik: oh, hier gaat alles wel sneller. Maar eind jaren zestig was Ierland gewoon heel… Ja. Daar was gewoon niet veel. En ik merk nu ook heel erg, nog steeds, dat mensen heel veel zelf maken. En ik denk dat dat ook op de Balkan is, of in Noord-Italië in de bergen. Dat mensen veel dichter bij de origine van de seizoenen, van de producten, van wat je kent en wat je in je omgeving hebt… Dat je daar iets mee maakt. En dat je veel minder met… Waar wij in Amsterdam natuurlijk heel luxe naar de Albert Heijn kunnen gaan en uit zestien tapenades kunnen kiezen. Dat is dan daar niet. Want dat is dan niet een seizoen of er groeien geen olijven. En dat vind ik dus heel erg leuk.

ERNST-JAN PFAUTH: En jij dat dan gezien in je jeugd in Ierland…

YVETTE VAN BOVEN: Ja. Mijn moeder maakte ook alles zelf. We bakten ook brood. En we maakten zelf jam. 

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, maar goed, het hele idee van zelf brood bakken was natuurlijk tien jaar geleden of zo, deed echt helemaal niemand dat. En jij bent eigenlijk perfect voor mijn gevoel op dat moment, dat mensen dat een beetje interessant begonnen te vinden, ben jij met die kookboeken eigenlijk gekomen. Heb jij de tijdgeest beïnvloed of ben je een soort trend…

YVETTE VAN BOVEN: Dat weet ik niet. Ik weet nog wel, toen ik het boek aan het maken was. Toen was ik met Oof in New York. En toen zeiden we: “Shit, shit, het bestaat al. We zitten helemaal naast de trend.” En toen waren we helemaal nog niks hoor. Wij waren helemaal gefascineerd met het boek dat we aan het maken waren. Ik had altijd met die Time-Life boeken, ik weet niet of je die kent? Het zijn kookboeken waarin alles met plaatjes stap voor stap werd uitgelegd. En ik heb jou geloof ik nog een kinderboek van mij gestuurd, waarin ook alles in stripvorm kinderrecepten werden uitgelegd. Dus ik heb heel erg leren kijken naar al die fotootjes. Want dat was natuurlijk een pre-YouTube tijdperk en zo. Dus ik leerde gewoon alles stap voor stap. Dus ik snee mee met die foto’s en dacht: oh ja, nu moet ik zo die kip in en dan moet ik, ja… Dus ik dacht: dat is zo leerzaam. Dus dat wilde ik maken ook. 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar het werd meteen een bestseller. Je zat meteen op de tijdsgeest, zoals Doortje zegt. En dat is dus deels door misschien toeval, omdat jij leefde dat al en blijkbaar was de rest van Nederland er ook klaar voor. Maar als ik naar jou kijk en hoe je te werk gaat, ben je ook altijd wel bezig met wat er aankomt en wat jij daarmee kan. Je had vroeger een podcast. Je hebt nu een Substack. Daar ben je ook heel vroeg bij.

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ben ik daar vroeg bij?

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, daar ben je vroeg bij.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja. Wie heeft er allemaal een Substack? Alleen Merel. En jij. Oh, en daar zit iemand. Maar heel weinig mensen hebben dat.

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Dus je duikt overal… Het is nu nog een beetje gek om op Substack te zitten. Dus je duikt overal heel vroeg op. Waar komt dat vandaan, dat je altijd zo bezig bent met nieuwe manieren?

YVETTE VAN BOVEN: Oh, ik vind dat dus heel leuk. Nou, ik vind het gewoon heel leuk om zelf eigen content te maken. Substack is daar een perfect platform voor. Dus daar zat ik wel meteen op. Ja, dat vond ik heel leuk. Ik volgde al heel veel andere mensen en makers. Je had nog voor Substack, of gelijk met Substack had je er nog eentje met een P…

ERNST-JAN PFAUTH: Patreon.

YVETTE VAN BOVEN: Patreon.

ERNST-JAN PFAUTH: Maar waarom vind je het zo leuk om je eigen content te maken? Wat spreek je daarin zo aan?

YVETTE VAN BOVEN: Nou, je bent regelloos. En je bent, dat vind ik heel prettig, dat je autonoom bent. Je kunt overal ter wereld zijn. Ik vind het heel prettig dat ik… Wat dat betreft, was COVID ook echt een zege, in die zin dat iedereen het heel normaal begon te vinden om allerlei vergaderingen zo allemaal via Zoom te doen. Dus nu kan ik ook, met redacties en zo, doe ik eigenlijk alles online. Dus ik kan, dat is nu zo genormaliseerd. Dat je dus gewoon met je laptop en je telefoon… Ik schrijf ook alle stukken, ik schrijf mijn stukken voor de krant ook altijd in bad op mijn telefoon.

Ik schrijf mijn stukken voor de krant ook altijd in bad op mijn telefoon.

Yvette van Boven

DOORTJE SMITHUIJSEN: Wat heerlijk.

ERNST-JAN PFAUTH: [Lacht] Ga ik ook proberen.

YVETTE VAN BOVEN: Ja, dus je bent zo lekker mobiel. Je kunt overal zijn. En dat vind ik gewoon heel fijn.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ik vind het wel interessant wat je zegt over dat autonome ook. Want ik kan me voorstellen dat toen jij begon met je te manifesteren in het culinaire, literaire landschap, zeg maar, was dat natuurlijk nog best wel uniek. Dat jij zo alles zelf deed. Ook de eigen vormgeving en zo. En de afgelopen, nou ja, tien jaar is volgens mij dat culinaire landschap zo veranderd. Ook met de komst van heel veel YouTube, foodinfluencers. Hoe kijk jij daarnaar? Heb je dan steeds het idee, zoals Merol ook een beetje misschien had van: ja, moet ik nu ook op TikTok, moet ik nu ook TikTok video’s gaan maken? Hoe verhoud je je ertoe?

YVETTE VAN BOVEN: Nou ja kijk, ik vind het heel interessant wat er gebeurt. Ik vind het ook vervlakken. En jullie hadden het net ook al over foodfluencers en zo. Ik geloof daar, dat is er altijd. Ik denk dat in mijn tijd, nu ik ben zo’n soort oma aan het worden, dat ook wel bestond. Maar ik geloof ook heel erg in continuïteit. En in het feit dat er altijd toch ook auteurs zijn, of kookboek auteurs zijn, waar je op kan vertrouwen. Daarom vind ik het ook heel leuk, ik vind het fijn aan mijn werk, dat het zo leeftijdsloos is. 

 Ik vind het fijn aan mijn werk, dat het zo leeftijdsloos is.

Yvette van Boven

Ik denk zelfs dat je, doordat je ouder wordt, dat je, ja, je krijgt steeds… Ik leer elke keer weer. Ik leer ook, ik gebruik ook wel eens een keer, nou, wat ik al zei, paprikapoeder. Om het gewoon puur te proberen via het recept van die en die. Omdat ik dat vertrouw, of omdat ik dat land wil leren kennen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus jij blijft gewoon doorstiefelen, zoals je net zei?

YVETTE VAN BOVEN: Ja, en ik geloof daar ook wel in dat je, hoe moet ik het zeggen? Dat je, dat goede kwaliteit altijd bovenop blijft staan. Ik hoop dat ik daar bij mag blijven, of mag horen, of blijven horen. Maar dat die vluchtigheid, dat hoort er ook bij, hoort ook bij de trend en hoort ook bij de tijdgeest.

 Ik geloof wel dat goede kwaliteit altijd bovenop blijft staan. Maar dat die vluchtigheid, dat hoort er ook bij, het hoort bij de trend en ook bij de tijdgeest.

Yvette van Boven

ERNST-JAN PFAUTH: Oké, dan gaan we weg bij het enge TikTok en dan gaan we terug naar klassieke lineaire televisie. En dan gaan we naar een trailer kijken van een van jouw televisieprogramma’s.

YVETTE VAN BOVEN: Oh, dat heb je. Oh ja, dat had je uitgekozen! Oh ja.

Fragment 3

ERNST-JAN PFAUTH: We zien je in je eigen keuken. Je man Oof loopt voorbij, die maakt ook de foto’s voor je boek. En we zien je hondje in beeld. Hoe ver iser nog onderscheid voor jou tussen werk en leven? Of is dat één ding?

YVETTE VAN BOVEN: Het wordt best wel intiem soms, ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Eigenlijk is jouw huis nu bijna het huis van die man, waar we het net over hadden.

YVETTE VAN BOVEN: Nou ja, dat is dus zo grappig dat je dat dus… Ja, ik probeer ook, ik vond het heel grappig, want net dat gesprek met jou [Joost de Vries], dat jullie net zeiden van: “Ja, je gebruikt nooit iets uit je jeugd.” Ik kan het alleen maar uit mezelf halen, dus dat is het eigenlijk tegenovergestelde van jou [Joost] eigenlijk. Maar ik kan alleen maar uit mijn jeugd of uit mijn huis of uit mezelf alles halen, dus daar stop ik ook alles in. Ik kan niet iets anders zijn. 

Dus toen we ooit begonnen met tv maken voor de VPRO, toen woonden we nog in het centrum van Amsterdam. In een heel klein appartement. Toen zeiden ze ook van: “Ja, moeten we dan een studio bouwen of moeten we een keuken bouwen?” Toen zei ik, nou, dat zag ik zo niet zitten. Ik vind dat… Dan dacht ik: ja, dan is het niet echt. Mensen moeten ook het gevoel hebben dat het echt is. Het hoeft niet met zo van die gekleurde pannetjes in een rijtje op een plank. Zo heeft niemand een keuken, met zo’n plantje ernaast. Het moet echt zijn. En dan geloof je het ook veel meer. En bovendien vond ik het ook wel praktisch. Want ik dacht: ja, dan trek ik, weet je, ik vind dan halverwege, verzin ik iets anders met draaien en dan hoef ik nooit te zoeken. Ik kan altijd mijn eigen la opentrekken.

Het hoeft niet met zo van die gekleurde pannetjes in een rijtje op een plank. Niemand heeft zo’n keuken, met zo’n plantje ernaast. Het moet echt zijn.

Yvette van Boven

ERNST-JAN PFAUTH: Is het weleens vervelend dat werk en privé zo één zijn dan? Heeft het ook nadelen?

YVETTE VAN BOVEN: Nee, nee. Ik vind het wel praktisch. Ja, het is heel praktisch. Ik hoef nooit ergens heen, mensen moeten altijd naar mij komen. [Lacht]

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja, maar ik kan me ook voorstellen dat een soort vierde wand prettig is. Of dat je dan de hele tijd toch met de oven zit van: zullen we niet toch even dat? Of heb je dat niet zo erg? Kan je het makkelijk loslaten?

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Of maakt het je niet uit? Dat kan ook.

YVETTE VAN BOVEN: Nee, het maakt niet zo heel veel uit. Eerst hield ik me… Ik merk ook dat ik er losser in word. Want met dit kleine programmaatje, dat we hebben gemaakt vorig jaar… Ik wilde eerst alleen maar dat mensen in mijn keuken mochten kijken. Maar nu mogen ze eigenlijk…

ERNST-JAN PFAUTH: Mogen ze overal komen?

YVETTE VAN BOVEN: Ja, nou niet in mijn slaapkamer, of een badkamer of zo. Dat vind ik heel stom. Maar ja, ze zijn ook in mijn woonkamer en zo. Dus dat is ook wel een beetje uitgebreid. Het maakt ook dat ik heel goed ga opruimen. [Lacht]

ERNST-JAN PFAUTH: Ook weer praktisch. Dat is gewoon jouw lifehack

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ik heb weleens over jou gehoord dat je heel erg faalangst hebt.

YVETTE VAN BOVEN: Ja, vreselijk.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Is dat echt waar?

YVETTE VAN BOVEN: Ja.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Dat vind ik zo gek. Dat je dus enerzijds je zo comfortabel kan voelen met wie je bent. En ook dat tot een soort van… Ja, product vind ik dan net niet het goede woord, maar…

ERNST-JAN PFAUTH: Content.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ja. Vind ik eigenlijk ook niet het goede woord. Nou ja, tot hetgeen wat je maakt te maken. En dan dat je ondertussen kennelijk ook het gevoel hebt dat het mis kan gaan. 

YVETTE VAN BOVEN: Ja, ik ben ook daarom… Ik doe het maar. En dan denk ik: nou! Ik vind het namelijk ook heel truttig als je zegt: “Nou, ik durf niet.” Dat vind ik heel stom. Dus dan doe ik het wel. Maar altijd met trillende benen. Maar het was grappig, ik was deze week bij een boekpresentatie van een meisje, die heet Pien Wekking. Die heeft Pien laat haar eten zien. En toen zat ik naast haar. En dat meisje is 26… 

DOORTJE SMITHUIJSEN: En die heeft echt miljoenen volgers.

YVETTE VAN BOVEN: Ongelooflijk. En ze is heel leuk en aardig. En zij zei ook van: “Ja…”

Ik weet nog  zo goed, toen ik dat ook had. Dat zij zei van: “Oh, ik vind het zo spannend. Zo’n boek is altijd van jezelf geweest. En dan leg je het neer. En dan gaan opeens allemaal mensen naar kijken. En die gaan er iets van vinden.” Dus ineens wordt zoiets heel publiek. En dat vond zij ook doodeng. Daar hadden we het even over.

ERNST-JAN PFAUTH: Jij hebt liever niet dat mensen in jouw boek kijken waar jij bij bent, toch?

YVETTE VAN BOVEN: Nee, oh… Nou ja… Nu heb ik dat wel minder. Maar ik heb daar wel jarenlang heel veel… Ja, dat vond ik heel spannend. Ik vind ook… Samen naar mij kijken, vind ik ook heel erg.

ERNST-JAN PFAUTH: Sorry dat we dat net gedaan hebben. Maar hoe ga je dan met die faalangst om? Je erkent dat het er is en verder probeer je het te negeren?

YVETTE VAN BOVEN: Ja. Ja. Nou, nu wel. Ja, vroeger… Ik kan echt voor een deur staan en ‘m dan niet ingaan en dan naar huis gaan. Dat deed ik vroeger wel, maar dat doe ik nu niet meer. Dat vind ik ook tuttig. Dan denk ik: nou, hu!. Doe nou  maar. Hup erin! En… Nou ja, wat ik al zei, je moet geen spijt krijgen. Je moet het gewoon goed voorbereiden. Als je het gewoon met je ogen dicht gewoon doet, dan heb je het in ieder geval gedaan. En dan kan je… Dan later denken: oké, nou, volgende keer doe ik het anders. Maar geen spijt van krijgen. Want je hebt het al gedaan en je moet het maar proberen en dan zie je wel hoe het gaat. Zo sta ik er een beetje in.

ERNST-JAN PFAUTH: Dank je wel, Yvette.

DOORTJE SMITHUIJSEN: Ik vind het een hele mooie afsluiting. Dank je wel, Yvette.

Lees hier de interviews met chefkoks Ron Blaauw, Joris Bijdendijk en banketbakker Cees Holtkamp.

Wil je geen aflevering missen?

Geef je dan op voor onze nieuwsbrief en ontvang elke woensdag 5 tips van vooraanstaande makers die je helpen in je eigen creatieve proces.