Categorieën
Interview

Humberto Tan

De veelzijdige presentator deelt hoe hij ingewikkelde keuzes maakt

In Jonge Jaren praten bekende mensen over de jaren voor hun doorbraak. Zodat jij hun geleerde lessen kunt toepassen in je eigen leven en werk. In deze aflevering interview ik presentator Humberto Tan.

Weinig gezichten zijn zo vertrouwd op de televisie als dat van hem. Humberto begon als omroeper, groeide uit tot bekend sportpresentator en maakte furore als late night talkshow host bij RTL.

Maar de beste man heeft ook een eigen kledinglijn, publiceert boeken over zijn inspiratiebronnen, maakt natuurfoto’s voor National Geographic en een wekelijks programma voor NPO Radio 1. Ik ben benieuwd hoe hij zijn keuzeproces eruit ziet, en hoe hij zoveel dingen kan combineren. Wat kunnen wij daarvan leren?

Daarvoor gaan we terug naar zijn allereerste keuze, die uit zijn jonge jaren, tussen de advocatuur en televisie. Je kunt het gesprek ook beluisteren als podcast op Podimo.

Het interview met Humberto Tan over zijn jonge jaren

Humberto Tan bij Jonge Jaren

ERNST-JAN PFAUTH: Laten we beginnen met je oudere broer Patrice. Door hem ben je de tv-wereld ingerold. Maar hij is geloof ook op hele andere manieren belangrijk voor je geweest. Zou je eens kunnen vertellen hoe hij een voorbeeld voor je was. Want dat was ‘ie toch? 

HUMBERTO TAN: Dat was ‘ie zeker. Kijk hij was sowieso al een voorbeeld dat ‘ie vijf jaar ouder was dan ik. En hij was cooler dan ik. 

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Hij was ook, hij had een mooi lichaam, hij was slim. Hij was aardig. En als jij vijf jaar jonger bent, moet je voorstellen, ben ik tien, hij vijftien. Elf, zestien. Nou, noem maar op. Uitgaan voor het eerst. Met coole dingen thuiskomen. Mooie verhalen uit de discotheek, mooie verhalen van de atletiekbaan. Waar hij, deed dan atletiek. 

Ja, daar kijk ik wel met bewondering naar. En hij was ook in staat om een ruimte te betoveren. Weet je als hij binnenkwam, hij had charisma. Dus als hij binnenkwam dan keken mensen naar hem. Hij kon fántastisch dansen, bewegen. Dus mensen hadden hem graag erbij. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want hoe deed hij dat dan, als hij een ruimte binnenkwam. Hoe betoverde hij mensen dan?

HUMBERTO TAN: Gewoon door te zijn wie hij was. Hij deed, hij kwam niet gillend binnen ofzo. Hij kwam gewoon rustig binnen. 

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Maar sommige mensen hebben dat, dat als je een ruimte binnenkomt, dat je automatisch naar die persoon kijkt. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja. Was hij extravert?

HUMBERTO TAN: Hmm… Hij kon extravert zijn maar hij, goed gekleed, gewoon vriendelijk. Dus zeker als het in een ruimte was waar mensen hem al kende, wilde ze graag met hem connecten. Dus ja dat was altijd wel mooi om te zien van een afstand. Want later toen ik ook wel eens met hem meeging. Was hij in Amsterdam bij Flora Palace bijvoorbeeld…

ERNST-JAN PFAUTH: Flora Palace? Wat was dat?

HUMBERTO TAN: Ja, Flora Palace was een hele grote discotheek. Daarna werd het pas IT. IT is zeg maar voor… Ná Flora Palace gekomen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Het was de voorloper van IT.

HUMBERTO TAN: Ja, nou ja, nee. IT is de opvolger van Flora Palace. (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht) Oké, oké. Belangrijk verschil!

HUMBERTO TAN: (Lacht) Ja! Dat vind ik wel, want Flora was wel echt de eerste in zijn soort in Nederland. Geïnspireerd op tenten als La Tromondo in Rimini, 54 in New York, Manray in Parijs. Dat soort grote clubs in de wereld. 

Daar was Flora Palace op geïnspireerd. En láter kwam de IT, en dat was weer geïnspireerd op Flora Palace en 54 ook. Ja ik ken mijn disco-geschiedenis (lacht).

ERNST-JAN PFAUTH: Haha, en jij mocht dus mij als jong broertje.

HUMBERTO TAN: Ik mocht mee ja! 

ERNST-JAN PFAUTH: Hoe oud was je toen?

HUMBERTO TAN: Ik mocht mee. Ik denk dat ik voor de eerste keer mee ging… Zestien denk ik. En hij was dus eenentwintig, tweeëntwintig, en hij nam me heel graag mee. Ik deed ook zijn schoenen aan die veel te groot waren. Gewoon omdat het er gewoon stoer uitzag. En hij omdat hij de mensen kende bij de deur, terwijl ik iets te jong was eigenlijk, maar hij kon me gewoon meenemen. Ze zeiden: ‘Patrice is altijd goed volk, ga maar mee.’

Dus dat was echt, dus op die manier was onder andere een voorbeeld. Maar ook qua school hoor. Hè ik bedoel hij vond school ook wel belangrijk, maar hij zei: ‘Het leven is belangrijker.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Mooi. Oké, dus hij haalde wel oké cijfers…

HUMBERTO TAN: Zeker, prima. Hij had zijn havo gehaald en ook een hbo-opleiding gedaan, ja wilde vooral werken, ging snel werken. Hij was echt het type dat hij, je zou hem kunnen beschrijven als, hij leeft niet om te werken. Hij werkt om te kunnen leven. 

En hij ging snel op Schiphol werken. Mooie omgeving, zijn vriend was purser. Dus hij ging regelmatig ook naar het buitenland. Heeft een tijdje ook nog in Rio gewoond, en op die manier had ‘ie een mooi leven.

Humberto Tan bij Jonge Jaren
Ernst-Jan Pfauth en Humberto Tan tijdens het interview voor Jonge Jaren

ERNST-JAN PFAUTH: Dus hij was ambitieus in de zin dat ‘ie een mooi leven wilde leiden…

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Maar niet ambitieus als, ik noem maar een willekeurig iemand, zoals jij die echt ook een carrière wil neerzetten.

HUMBERTO TAN: Nee. Nee, nee, nee. Het gekke is, ik heb dat ook niet.

ERNST-JAN PFAUTH: Niet?! Oh, zo komt het natuurlijk wel over…

HUMBERTO TAN: Ja, zo komt het wel over denk ik. Ik denk wel dat ik veel kan doen, of doe. En heb gedaan. Maar dat is niet vanuit, nah… Dat is niet helemaal waar. Ik ben denk ik wel ambitieus, maar ik doe het meer vanuit het omarming van het leven. 

ERNST-JAN PFAUTH: Soort gulzigheid?

HUMBERTO TAN: Nou, weet niet of ik gulzig ben. Ik zie kansen. 

Ik zoek, ik ben alert op kansen. Dat is het. Alert zijn op kansen. En soms is iets niet meteen een kans. Maar voelt het goed. En ik denk dat ik dat meer heb. En waarschijnlijk ben ik wel, uiteindelijk, ik zei altijd wel dat ik niet ambitieus was, maar de praktijk is anders.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja anders, anders, je kan niet de top behalen zonder enige ambitie?

HUMBERTO TAN: Hmmm… Weet ik niet. 

ERNST-JAN PFAUTH: Het is toch ambitieus om bijna vijf jaar lang elke avond een talkshow te maken.

HUMBERTO TAN: Ja maar dat heb ik gedaan… Toen wist ik nog niet wat het zou inhouden. 

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Ik heb het gewoon gedaan. Ja! Als ik er achteraf op terugkijk was het heel ambitieus. Maar toen ik er middenin zat, toen ik eraan begon: totaal niet.

ERNST-JAN PFAUTH: Want hoe zie je dan een verschil tussen open staan voor kansen en  ambities hebben? 

HUMBERTO TAN: Ambitie kan zijn dat je, allebei zijn ambities, tuurlijk. Een koe is een dier, maar niet alle dieren zijn koeien. Dus het zit in hetzelfde bereik, alleen ik denk dat het verschil dat ik probeer te benadrukken bij mij misschien is: jáá ik heb ambities, natuurlijk. En ja ik heb ook doelstellingen gesteld. 

Maar tegelijkertijd heb ik niet alle keuzes daarop gebaseerd. Ik heb niet een keuzes gebaseerd op succes. Van: ‘Ja, ik wil dit en dan moet ik dat zeker doen. Want anders krijg ik dat niet.’ Ik heb er zelfs best wel een hekel aan. Ik bedoel ik heb weleens mensen gehad die dan zeiden: ‘Ja ik wil dan dit doen, want dat zie ik dan als opstapje naar…’ Begrijp ik niks van. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oké. En waarom niet?

HUMBERTO TAN: Omdat het nergens op slaat. Als opstapje naar. Doe je het? Of doe je het niet? 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm-hm.

HUMBERTO TAN: Want dan zeg je eigenlijk tegen mij van: ‘Jij bent eigenlijk een tussenfase. Want ik vind je eigenlijk niet zo belangrijk. Want dát is mijn einddoel.’ Terwijl ik denk: iedere stap die je neemt, die neem je omdat je op dat moment dat wil doen. En misschien brengt het je ergens, maar dat weet je niet, maar het gaat om dit wat je nu aan het doen bent. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, dus je vind het van een soort leeg, leeg en transactioneel als je iets alleen maar als een trede ziet en jij zegt eigenlijk: alles wat je doet moet je doen omdat je het datgene echt wil.

HUMBERTO TAN: Ja! Omdat je het op dat moment echt wil. En dan kan het zo zijn dat je na een half jaar of na een jaar of na vijf jaar denkt: ‘Oké, ik heb het nu wel gezien. Ik wil door. Hoe kan ik me verder ontwikkelen, waar kan ik nog meer naartoe?’ Maar om nou iets te doen als opstapje naar, dat heb ik in ieder geval nooit gedaan. Laat ik het zo zeggen. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken, maar ik heb het op die manier nooit gedaan.

ERNST-JAN PFAUTH: En ben je competitief? 

HUMBERTO TAN: Ja, ik ben wel competitief. Ik ben wel competitief. Ik probeer wel altijd het onderste uit de kan te halen. Afgelopen zaterdag ging ik met mijn zoon mee trainen. Want de ouders werden uitgenodigd om, hij doet golf, op een soort van, met een topsport-achtige omgeving. 

En daar hadden ze zaterdag een soort van krachttraining. En omdat je daar niet zoveel van kan voorstellen bij golf, werden de ouders ook uitgenodigd om een ochtend mee te trainen. 

ERNST-JAN PFAUTH: (Gniffelt)

HUMBERTO TAN: Nou… Lóódzwaar. Niet normaal zwaar. 

Met kettlebells, met elastieken… Nou ja, pushups en kápot. En toch wilde ik dat eigenlijk niet afhaken. 

ERNST-JAN PFAUTH: De fitste ouder zijn?

HUMBERTO TAN: Nou niet de fitste ouder zijn…

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: De fitste versie van mezelf zijn!

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, ja, oké. Dus je bent competitief naar jezelf.

HUMBERTO TAN: Naar mezelf ja, je moest een circuitje, acht minuten, acht oefeningen doen. En alle oefeningen een minuut achter elkaar. 

ERNST-JAN PFAUTH: Een soort crossfit.

HUMBERTO TAN: Ja, maar echt. En twee keer, twee rondes. Nou… Die tweede ronde, een uur lang… Of een minuut lang die buikspieroefeningen, zo naar achteren leunen en die benen naar voren duwen.

ERNST-JAN PFAUTH: Van die dead bugs, ja… 

HUMBERTO TAN: En ik was er gewoon niet echt op gekleed. Nou… En dat haalde ik niet, die tweede keer. Nou, dat vind ik erg! Dan denk ik van ‘Oh nee, ik wil nog een keer!’

ERNST-JAN PFAUTH: Maar wat, als je dan zo met je rug ligt op het gras en je tot het uiterste inzet…

HUMBERTO TAN: …Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Denk je dan niet van: ‘Wat ben ik aan het doen?!’

HUMBERTO TAN: Nee!

ERNST-JAN PFAUTH: Waarom kan ik mezelf niet effe een dagje vrij geven van die competitie?

HUMBERTO TAN: Nee! Dan denk ik van: ‘Ik ben niet fit genoeg!’ Ik zoek het altijd bij mij. Ik ben gewoon niet fit genoeg. 

ERNST-JAN PFAUTH: Je bent wel streng naar je zelf.

HUMBERTO TAN: Anders red je het. Je bent gewoon niet fit genoeg. Dat is, dan moet je dat gewoon beter doen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus jij gaat de komende tijd meer sporten. Omdat je op de golfbaan tot een belangrijke ontdekking bent gekomen.

HUMBERTO TAN: (Lacht) 

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Nou, weet je. Ik ben gewoon benieuwd hoe, je moet toch minimaal één keer zo’n circuitje normaal kunnen doen? Dat is dan mijn eigen wens. Maar daarom van die programma’s als Dance, Dance, Dance of Perfecte Plaatje, echt leuk. Omdat dat is ook competitie met jezelf. Niet tegen die ander. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja daar wil ik het zo nog wel even over hebben met je: het leren, het leren van nieuwe dingen.

HUMBERTO TAN: Ja. 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar laten we voor nu nog heel even teruggaan naar je broer. Want die was dus ook aardig voor je. In de zin van, je hebt ook oudere broers die zoiets hebben van: ‘Rot op ventje, wat moet ik met jou…’’?

HUMBERTO TAN: Nee… Hij was extreem aardig voor mij. Hij ging op vakantie met zijn vriend voor de eerste keer. Eén van de eerste keren, en toen zei die: ‘Wil je mee?’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Wauw, ja. Dat is wel echt heel aardig.

HUMBERTO TAN: Nou! Ik zeg: ‘Wil je mee?’, ‘Ja! Je bent toch nog nooit in Rome geweest? Ga je mee naar Rome?’ Ik zou niet op vakantie gaan namelijk. Ik had, ik zou nergens naar toe gaan. Hij zei: ‘Je kan met ons mee, prima.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm. Maar dat klinkt bijna als een soort vaderfiguur…

HUMBERTO TAN: Nou ja, bijna wel. Nou ja, een oudere vriend, een broer. Iemand die echt aan de hand nam en begeleidt. En gewoon helpt. 

ERNST-JAN PFAUTH: En hij schaamde zich dus ook niet voor je.

HUMBERTO TAN: Nul. Nul, nul. Ik ging ook met hem mee naar gay-tents. Hij zat in de gay scene, zei die ‘Oh, ga mee! Ga je toch wat drinken met ons. Ja ik bedoel… Of vind je het eng?’, ik zeg: ‘Nee, helemaal niet. Vind ik helemaal niet eng. Waarom zou ik het eng vinden.’ Ik zeg: ‘Nee’, ‘Nou dan ga je gewoon mee.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Dat is wel een cadeau toch. Dat je zo’n broer hebt gehad?

HUMBERTO TAN: Fan-tas-tisch. Fantastisch. Ik ben heel blij dat ik zo’n broer heb gehad…

ERNST-JAN PFAUTH: Hij is overleden toen hij begin dertig was.

HUMBERTO TAN: Ja… Hij was heel jong ja. Hij was… Tweeëndertig. Drieëndertig, denk ik ja. Dus nee die was heel jong. Extreem jong. Ik bedoel ik ben nu al vijfentwintig jaar ouder dan hij ooit geworden is. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja. Dat reken je ook af en toe uit dus?

HUMBERTO TAN: Af en toe nog wel ja. Ja, om je te realiseren hoe, we maken ons soms druk over van alles en nog wat. Ik ook. Maar eigenlijk, heel veel waar we ons druk over maken is klein bier. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus als jij dat circuitje niet haalt, dan heb je eigenlijk een engeltje en een duiveltje op je schouder…

HUMBERTO TAN: Daar, daar moet ik gewoon… Mezelf uitlachen. Dat ik…

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Dat ik me daar zo druk over maak. Nou en dat jij het niet haalt. Niemand maalt daarom. Nee maar dat klopt wel, voor mezelf. Dat is gewoon, en dan ga ik toch kijken, ‘Zal ik de volgende keer weer mee gaan. Kijken of ik toch net iets verder kom. Misschien haal ik het niet een…’ De vorige keer ben ik afgehaakt na de tweede ronde, na ongeveer vijfendertig, veertig seconden. Nu doorpushen tot vijftig seconden! 

ERNST-JAN PFAUTH: En Patrice heeft je ook de televisiewereld laten zien, toch? Hoe ging dat?

HUMBERTO TAN: Nou in zoverre heeft ‘ie mij de televisiewereld laten zien, omdat hij, hij via-via, deed hij veel modellenwerk. Ben ik ook gaan doen. Hij deed figurantenwerk, ben ik ook gaan doen. En een van die figuranten klussen die hij had, was dat hij Prince Mohammed was bij June Lodge. Bij het nummer Someone Loves You Honey. Da’s een oud nummer, was een grote hit toen in die periode. Ik denk begin jaren tachtig, praat je over. Denk het ja. En toen was hij ook te zien bij Toppop, bij Duitse televisie shows. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus hij playbackte…

HUMBERTO TAN: Hij playbackte, hij was Milli Vanilli avant la lettre. Hij… (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Hij playbackte en ik bedoel, dat was prima. Hij tourde met June Lodge. Want ik weet nog steeds niet wie Prince Mohammed echt was. Zij kwam van Jamaica volgens mij, en ze kwam naar Europa om die single te promoten. Was echt een wereldhit. En hij ging met haar mee. Dus dat vond ik wel heel spannend. Maar ik moet zeggen dat dat niet bij mij meteen triggerde: oh, ik wil dat ook op teevee.

Humberto’s oudere broer Patrice in 1982 als playbackende Prince Mohammed

HUMBERTO TAN: Alleen… Ik weet wel, dat via het modellenwerk dat hij deed, kon hij op een gegeven moment een klus krijgen. Hij kende Els Verberk van de andere klus, de huidige vrouw van John de Mol trouwens. En die zou een modeshow-serie opzetten. Ergens in augustus, september. Hij kon niet en toen zei hij: ‘Misschien moet je mijn broertje.’ Dus Els: ‘Oh, ja. Oh.’ Rode loper, du-du-duh. Nou Margriet- en C&A-modeshow gedaan.

ERNST-JAN PFAUTH: Oké, waar was dit?

HUMBERTO TAN: In Nederland. Was gewoon in Nederland. Door het hele land. 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar was het gewoon op een huishoudbeurs?

HUMBERTO TAN: Nee, nee, nee. Gewoon in theaters. In theaters…

ERNST-JAN PFAUTH: Dit was toen iets dat door het land toerde?

HUMBERTO TAN: Ja. Gingen we echt, overdag, voor vrouwen die geïnteresseerd waren in mode. En hadden ze een… Hoe ging het ook alweer. ‘Welkom allemaal, hier in deze zaal, bent u klaar voor een uurtje vol mode? Dit is echt uniek, mode en muziek. Het is allemaal show.’ (Lacht) En dan was het C&A en Margriet.

En dan was er een live band bij, en er waren modellen die dan de laatste mode lieten zien. Ik was dan een van die modellen. En dat ging dan door de verschillende theaters, van Groningen tot Maastricht…

ERNST-JAN PFAUTH: Dus jij tourde door het land als C&A-model…

HUMBERTO TAN: Ja! Ja! En Margriet. Ho. C&A én Margriet!

ERNST-JAN PFAUTH: En Margriet, sorry. Ja, pardon. Niet de mediapartner vergeten…

HUMBERTO TAN: Nou en dat was heel prettig want ik heb zo een groot deel van mijn studie betaald.

ERNST-JAN PFAUTH: Je studie rechten.

HUMBERTO TAN: Ja, ja. En via Els Verberk weer toen werd ik figurant bij programma’s van John de Mol. Doet ‘ie het of doet ‘ie het niet, dat werd meestal op zondag, zaterdag opgenomen, die showblokken. En dan deed ik allemaal showblokken met Willeke Alberti…

ERNST-JAN PFAUTH: Wat is een showblok voor mensen die toen nog geen tv keken?

HUMBERTO TAN: Een showblok dat bestaat nu eigenlijk niet meer, dat waren, dan had je een entertainment programma en daar tussenin kwamen dan dansers, danseressen, zangers, zangeressen. Of een zanger, nou Willeke Alberti kwam dan langs bijvoorbeeld. En die kwam dan een medley zingen. En daar waren dan, achtergrondzangeres bij. Die mee danste.

ERNST-JAN PFAUTH: En jij was daar een van?

HUMBERTO TAN: Ik was een van de achtergrondzangeres. Ook niet zingen, want ik kan niet zingen. Gewoon playback. (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: Oké (lacht).

HUMBERTO TAN: En dan kreeg ik weer 175 gulden.

ERNST-JAN PFAUTH: Ik stond achter de bar tijdens mijn studententijd. Dit was jouw bijbaantje.

HUMBERTO TAN: Dit was mijn bijbaantje.

ERNST-JAN PFAUTH: Goed voor mekaar.

HUMBERTO TAN: En dan reed ik naar Hilversum… Of 175 gulden, ik denk dat het minder was. Misschien 125 gulden, dus het was laten we zeggen zestig euro. En dan was je de hele middag weg. Maar ja, als je dat vier keer per maand deed, nou is toch weer… Bijverdiend.

ERNST-JAN PFAUTH: En wat vond je van de glitter en de glamour daar?

HUMBERTO TAN: Ja, ik vond het een geweldige bijbaan.

ERNST-JAN PFAUTH: Het was blijkbaar, het was je voorland, dat wist je toen nog niet.

HUMBERTO TAN: Wist ik toen nog niet. Nee, nee. Ik had totaal geen ambitie om de televisiewereld in te gaan. Toen al helemaal niet. Want ik studeerde gewoon, en voor mij was het gewoon een hele prettige, makkelijke manier om wat bij te verdienen. Inderdaad, studiegenootjes van mij moesten beunen, echt werkelijk, in café’s, schoonmaken. Heb ik ook wel gedaan hoor, ik heb bij de stadsreiniging gewerkt. Ik heb een keertje een nacht een hotel van vier uur ‘s nachts tot zes uur ‘s ochtends schoongemaakt. Ik ben, maar dat was allemaal, ja… Ja…

ERNST-JAN PFAUTH: Maar was er iets aan waarvan je dacht: ‘Oh, dit trekt me wel aan.’ Weet ik veel, het applaus…

HUMBERTO TAN: Nee.

ERNST-JAN PFAUTH: …De spanning.

HUMBERTO TAN: (Lacht) Het was voor mij gewoon werk.

ERNST-JAN PFAUTH: En ondertussen studeerde je dus Rechten, waarom had je daarvoor gekozen?

HUMBERTO TAN: Ik twijfelde tussen drie studies toen. Ik twijfelde tussen Geschiedenis, wat me favoriete vak op school was altijd. Europese Studies. Geen idee waarom. Dat was toen nieuw en dat leek me interessant. Of Rechten. En uiteindelijk koos ik Rechten. Omdat het mij boeide, kijk ik had, ik woonde toen zelfstandig. Had ik een hele lage huur toen die tijd. In de Lange Leidsedwarsstraat.

En ik dacht wel, met hoeveel kan die huur eigenlijk omhoog. Weet ik helemaal niet. Wat is het maximum. Weet ik ook niet.

Wanneer kan ik naar de politie, wel of niet? Ondervragen. Wanneer kunnen ze naar binnen? Wist ik allemaal niet. Ik kende de antwoorden op die vragen niet. En die vragen boeide me wel. Dacht ik: ‘Moet ik niet Rechten gaan studeren?’ Dan weet je ieder geval, wat je rechten, je plichten, je grenzen, wat kan je wel, wat kan je niet. Waar kan je op beroepen. Dus toen heb ik me voor Rechten ingeschreven. 

En toen moest je nog drie studies opgeven bij de Universiteit van Amsterdam. En dan zouden ze kijken, oké, of er plek was op studie één, en dan moest je naar studie twee, studie drie. Ik dacht: ‘Dat ga ik niet doen.’ Ik heb bij die drie keuzes toen opgeschreven, keuze één: UvA, rechten. Keuze twee: Uva, rechten. Keuze drie: UvA, rechten. Ik zeg: ‘Als het niet mag, dan hoor ik het dan wel. Maar ik ga ze geen keuze geven. Dit is wat ik wil.’

ERNST-JAN PFAUTH: Dus je had een hele sterke overtuiging dat je dat wilde…

HUMBERTO TAN: Ja.

HUMBERTO TAN: Het was een rechtsgevoel, wat ik ontbeerde. Ik kon niet invullen wat mijn rechten en plichten waren precies.

ERNST-JAN PFAUTH: En waarom vond je dat zo belangrijk?

HUMBERTO TAN: Kennelijk knaagde dat aan mij… Kennelijk had ik daar behoefte aan. Praktisch. Nou ja, wat ik je als voorbeeld gaf: de huur van mijn huis. Wist ik niet. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, maar goed, dat heeft, dat vraagt iedereen zich wel eens een keer af…

HUMBERTO TAN: Maar ook op straat.

ERNST-JAN PFAUTH: Wat gebeurde er op straat dan?

HUMBERTO TAN: Nou, ik heb ook wel momenten meegemaakt dat we, dan gingen we met de jongens op donderdagavond, gingen we vaak de stad in, en dan gingen we op de Dam, gingen we een beetje hangen. Gewoon praten met elkaar. En zitten. En praten. En kennelijk vonden ondernemers daar in de buurt dat irritant. Dat er zo van die jongeren daar zaten en dan werd de politite op ons afgestuurd.

ERNST-JAN PFAUTH: Hm.

HUMBERTO TAN: Dus kwam de politie achter ons aan. Met honden en paarden. En wegrennen. En op een gegeven moment werd dat een soort van lolletje. Dat we daar naartoe gingen, en dan wist je dat de politie kwam.

Maar ik dacht echt van: ‘Dit is niet oké, want we doen helemaal niks. We zitten, in een groep. We drinken milkshake.’ (Grinnikt) Er wordt niemand beroofd, er gebeurt niks. En toch kwam die politie achter ons aan. Waarom is dat?

ERNST-JAN PFAUTH: Dus je wilde doorgronden wat jouw positie in de samenleving is?

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Door dus, onrecht wat je werd aangedaan.

HUMBERTO TAN: Door ervaringen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja.

HUMBERTO TAN: Door ervaringen. Toen wist ik nog niet eens dat het onrecht was. Het voelde onrechtvaardig.

Maar ik vond het wel, het leek mij verstandig om daar in ieder geval de theorie achter te kennen. En ik vond het een hele leuke studie uiteindelijk. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus je had geen duidelijk carrièreplan van: ik word advocaat. 

HUMBERTO TAN: Nee. Nou, jawel. Want ik wilde per se geen advocaat worden…

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht) Oké…

HUMBERTO TAN: En ik wilde geen rechter worden. Totdat ik die jury ging doen en toen dacht ik: ‘Oh misschien is het toch wel interessant.’ Dus ik dacht ook, ja, dat heb ik wel eens in mijn tweede studiejaar.. Toen was ik overtuigd dat ik geen advocaat wilde worden. En juist daarom ben ik stage gaan lopen. Want ik dacht: ‘Dat kan je helemaal niet weten.’

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, dus je wilde onderzoeken of je wel gelijk had.

HUMBERTO TAN: Ja, ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, dat vind ik, dat is wel een thema dat ik voor dit gesprek zie, is hoe jij tot beslissingen komt. Omdat je natuurlijk, op een gegeven moment heb je voor de keuze gestaan, daar komen we ze op, ga ik de advocatuur in, of ga ik de televisie in. 

HUMBERTO TAN: Ja…

ERNST-JAN PFAUTH: En je bent nu in ongeveer elk interview dat ik met jou beluister, gaat het erover: ‘Wat doe je toch veel Humberto. Hoe krijg je dat voor elkaar?’ Dus daar zit ook een hele keuzeproces achter.

En ik vind de keuze voor je studie heel mooi. Want vaak hoor je over rechten dat mensen niet weten wat ze willen en dan Rechten een veilge keuze vinden. Maar jij wilde je positie verstevigen als burger als samenleving. Dat vind ik een mooie observatie.

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Maar uiteindelijk ging je ook testen, ‘oké die wens die ik heb om absoluut geen advocaat te worden, is dat wel… Waar baseer ik dat eigenlijk op?’

HUMBERTO TAN: En als ik daar geen antwoord op heb, dan moet ik dat onderzoeken.

Ik denk dat bij welke keuze ik ook maak één criterium altijd terugkomt: ik ga nooit uit van het succes van de keuze. Ik ga uit van het falen van de keuze. 

En kan ik het dan nog steeds aan mijzelf verkopen dat ik het gedaan heb. Stel, ik maak de keuze om rechten te studeren en ik vind er geen zak aan, is dat erg?

Ik denk dat bij welke keuze ik ook maak één criterium altijd terugkomt: ik ga nooit uit van het succes van de keuze. Ik ga uit van het falen van de keuze. 

Humberto Tan

ERNST-JAN PFAUTH: Is dat een acceptabel worst case scenario?

HUMBERTO TAN: Ja. En als het antwoord ‘ja’ is, vooral doen.

ERNST-JAN PFAUTH: Hm, oké. En die stage?

HUMBERTO TAN: Want het is makkelijk om je het succes voor te stellen en op basis daarvan iets te doen. Maar ik stel juist het falen voor en denk ik: nou ja, stel dat het echt een rotkeuze is, en er zijn nog zoveel andere studies waaruit ik kan kiezen, en richtingen die ik kan nemen. En dan heb ik het in ieder geval geprobeerd. En dan weet ik ook dat het niks voor mij is. Maar als het wel een succes is, nou dat is helemaal dubbel prijs.

Stel dat het niks wordt, vind ik dat dan erg?

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, ja. Dat is wel een goede. 

HUMBERTO TAN: En hoe verkoop je dat aan jezelf dat je het dan toch gedaan hebt.

ERNST-JAN PFAUTH: Dus bij rechten was dat voor jou: ‘Ach in het worst case scenario is het dat ik het een saaie studie vind, dan ga ik, dan switch ik wel naar iets anders.’

HUMBERTO TAN: Ja, ja. 

ERNST-JAN PFAUTH: En toen je dus die stage ging lopen bij dat advocatenbureau, dat was testen van, datgene dat ik niet wil, ga ik daar echt een hekel aan hebben?

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: En wat was toen de conclusie?

HUMBERTO TAN: Ik vond het eigenlijk best leuk. Ik vond het echt een leuk kantoor. Ik weet wel dat ik, het was bij Wieringa Advocaten op de Herengracht in Amsterdam. En ik had via via mocht op gesprek komen. En toen hadden ze in eerste instantie tegen mij gezegd: ‘We hebben de komende maanden geen plek. Want alle stageplekken zijn ingevuld.’ 

Ik denk dat dit gesprek ergens in oktober, november was ofzo. En toen was ik thuis, en een week later werd ik gebeld door het kantoor. ‘Een stagiaire is uitgevallen, kan jij maandag beginnen?’ Dus dat was ineens maanden naar voren gehaald. En toen zei ik: ‘Ja, natuurlijk’, zei meteen ja. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dat is wat je eerder bedoelde met openstaan voor kansen.

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Dat je nu dacht van ga ik dit gewoon nu doen.

HUMBERTO TAN: Ja, ja. Ja, dus geen voorwaarden, van hoeveel ga ik verdienen. En waarom? Ik krijg een kans. Het interesseert me niet waarom ik die kans krijg. Ik krijg die kans. Ik pak hem.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja.

HUMBERTO TAN: Drie maanden. Doe ik. Elke dag, ja. Jasje, dasje, had ik niet. 

ERNST-JAN PFAUTH: Toen nog niet, haha.

HUMBERTO TAN: Nee, had ik nog niet. Nee, dus ik heb, ben naar de winkel gegaan en heb gezegd: ‘Ik wil een grijs pak, en een blauw pak. En een wit shirt, en een blauw shirt. En twee stropdassen.’ Kan je heel veel combinaties mee maken. (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Meer heb je niet nodig. Bij mannen is dat makkelijk. Al zal ik vijf dagen lang, met datzelfde blauwe pak naar mijn werk gaan, met dat blauwe shirt, wat je ‘s ochtends aandoet en ‘s avonds in de douche ophangt. Als een soort stomerij, en dan de volgende ochtend weer aandoet. Niemand ziet dat. Helemaal niemand.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja. (Lacht)

HUMBERTO TAN: En als je het een keertje moet wassen dan doe je het in plaats van het blauwe shirt, doe je een wit shirt. En dat kan je ook met je grijze pak doen.

Heb je een blauw shirt en een wit shirt. Heb je opeens een ander pak aan, haha.

ERNST-JAN PFAUTH: Klinkt echt alsof je hier goed over nagedacht had.

HUMBERTO TAN: Ja, nee maar dat was echt zo! En zo heb ik het drie maanden lang gecombineerd met drie pakken. En dat ging heel goed. Niemand heeft ooit gezegd heb je nou weer hetzelfde pak aan. Niemand. Niemand.

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Maar het was wel zo!

ERNST-JAN PFAUTH: Die manier waarop je keuzes maakt. Wie heeft je dat geleerd? Want je had een heel sociaal betrokken moeder. Er is zelfs een plantsoen naar haar vernoemd in de Bijlmer, waar je opgegroeid bent. Heeft zij jou dat geleerd?

HUMBERTO TAN: Ja…Nou, mijn moeder heeft mij wel één belangrijke les geleerd. Ik kreeg op de basisschool, kreeg ik het advies, op basis van mijn cito, mavo. 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm.

HUMBERTO TAN: Toen zei mijn moeder: ‘Nou… Dat kan ik me niet voorstellen.’ Toen zeiden ze: ‘Nou hoezo? Want ze hebben het getest.’ Ze zegt: ‘Nee, jij gaat gewoon naar de brugklas. En dan zien we daar wel wat voor advies je op basis van de brugklas krijgt. Het is niet erg dat jij naar mavo hoeft, maar het zou zonde zijn als je niet je potentie eruit laat komen.’ 

Dus ik ging naar de brugklas en toen kreeg ik het advies gymnasium. En dan ontstaat een interessant fenomeen in mezelf, waar me moeder mij heel erg bij geholpen heeft. Want ik geloofde dat advies niet van gymnasium. Want, omdat je op de basisschool dat eerder advies krijgt, en ik was ook in wiskunde enzo héél slecht. Rekenen was dus altijd slecht.

Maar rekenen is niet alles. Dus zij zei: ‘Maar laat me je één ding leren… Als je een keuze hebt, kies altijd voor het meerdere. Terug kan altijd. Vooruit is veel moeilijker. Maar kies het meerdere en als het niet gaat dan ga je langzaam terug. Wat maakt het uit, waarom zou je bang zijn voor een keuze omdat het te ambitieus is. Bestaat niet.’

Mijn moeder zei: ‘Laat me je één ding leren… Als je een keuze hebt, kies altijd voor het meerdere. Terug kan altijd. Vooruit is veel moeilijker. Maar kies het meerdere en als het niet gaat dan ga je langzaam terug. Wat maakt het uit, waarom zou je bang zijn voor een keuze omdat het te ambitieus is? Bestaat niet.’

Humberto Tan

ERNST-JAN PFAUTH: Het is wel heel slim. Want ze koppelt het dus niet aan intelligentie ofzo…

HUMBERTO TAN: Nee!

ERNST-JAN PFAUTH: Zo van ‘je bent slimmer dan dit.’

HUMBERTO TAN: Nee, nee.

ERNST-JAN PFAUTH: Eigenlijk gaf ze je een mentaal model mee voor hoe je over keuzes na kan denken.

HUMBERTO TAN: Kies altijd het meerdere, en dan heb je altijd ruimte om terug te gaan als het niet is wat het kan zijn. En dat heb ik toen gedaan. Maar niet in overtuiging. Maar gewoon op basis van haar advies. ‘Want dat kan allemaal niet. Dat zijn allemaal studiepikkies en dat ben ik niet.’ Ik was helemaal in paniek bij wijze van spreken. Zei ze: ‘Nee, nee, nee, nee. Doe rustig. Je gaat, het gaat goed komen. En als het niet goed komt, is het ook niet erg.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, ik hoor in jouw keuzemodel van ‘denk na over het worst case scenario’ wel een soort echo hiervan.

HUMBERTO TAN: Ja, dat denk ik wel ja. 

ERNST-JAN PFAUTH: Van: ‘Wat is het slechtste wat er kan gebeuren als je de brugklas doet?’ Nou dan ga je alsnog naar bijvoorbeeld de havo of de mavo. 

HUMBERTO TAN: Ja!

ERNST-JAN PFAUTH: Maar dan heb je het in ieder geval geprobeerd. 

HUMBERTO TAN: Ja.

Ze zei ook: ‘Je hebt een keuze voor jezelf gecreëerd hé. Jij hebt het gecreëerd voor jezelf. Waarom zou jij dan ook niet ervan profiteren?’ Want kijk, het zou er niet uit zijn gekomen als het er niet in zat. 

Het is eruit gekomen dus het zit erin. Misschien is het op de basisschool niet uitgekomen. Kan allerlei redenen hebben, niet meer boeiend. Kunnen we een andere keer over praten, maar nu is het eruit gekomen. Pak dat. Pak dat. Is jouw eigen talent.

ERNST-JAN PFAUTH: En heb je haar om advies gevraagd toen je je studiekeuze maakte?

HUMBERTO TAN: Nee, dat heb ik echt bepaald.

ERNST-JAN PFAUTH: Wat vond ze van je keuze?

HUMBERTO TAN: Ja, fantastisch allemaal. Mooi. Wat doe je? Word je advocaat? Nee, weet ik niet. ‘Oh nee, maakt niet uit. Doe je ding.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Was ze trots?

HUMBERTO TAN: Héél trots. Nee, ze vond het verschrikkelijk dat ik bij de televisie ging werken…

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, echt waar? 

HUMBERTO TAN: Ja, ja… Ze vond het helemaal niks. Ze zei van: ‘Ja, zo instabiel en onzeker. En je kan liever toch advocatuur in. Of iets anders gaan doen. Of wat ik toen ook zei, diplomatieke dienst. Maar… Als je er gelukkig van wordt, doe het.’

ERNST-JAN PFAUTH: Hm… Want zij, je moeder, was vanuit Suriname hier naar toe verhuisd. Met jou en je twee broers en je zus?

HUMBERTO TAN: Met twee broers en mijn zus ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Om hier, waarom was ze hier naar toe gekomen?

HUMBERTO TAN: Nou, allerlei redenen. Eén was er was heel veel onrust in Suriname in die periode. Begin jaren zeventig geweest en toen was er al een dreiging van bijna burgeroorlog. Zo werd er gesproken toen in die periode in de aanloop naar de onafhankelijkheid in 1975. 

De tweede reden: ze was gescheiden. En deed alles alleen en ze wilde haar kinderen in Nederland, derde reden, een betere toekomst geven. Dus dat zijn drie redenen geweest voor haar om naar Nederland te komen. En er waren ook heel veel familieleden in Nederland. Dus ze kon ook worden opgevangen.

ERNST-JAN PFAUTH: Want je hebt ook kinderen waarvan die, van wie de ouders naar een ander land komen wonen om een betere toekomst te geven. Die een enorme verplichting voelen dan helemaal het pad van hun ouders te volgen. 

Ik interviewde bijvoorbeeld voor deze serie Nasrdin Dchar die een enorme verplichting voelde van in ieder geval een studie afmaken. Want zijn ouders  zijn hierheen gekomen voor een betere toekomst, dan moet hij dat dan ook waar maken. Had jij dat, had jij dat?

HUMBERTO TAN: Helemaal niet. Omdat mijn moeder had inmiddels toen ik ging studeren, kijk ik was drie, vier jaar toen ik naar Nederland kwam. En toen ging ik studeren was ik negentien, in die periode had zij voor zichzelf een behoorlijk leven opgebouwd in Nederland. 

Ze was een vrouw van aanzien in de Bijlmer, had stichtingen opgezet. Had Sophie Redmond-prijs opgezet voor vrouwen die zich onderscheidde uit Suriname, of de Antillen in Nederland. Ze had empowerment-cursussen gegeven voor vrouwen. Dus ze was echt heel erg maatschappelijk betrokken. 

Zij was echt heel sterk in die samenleving. Ik heb niet echt, niet dat gevoel gehad. Maar tegelijkertijd, dat is meer ook een cultureel aspect, is het ook wel vanzelfsprekend geweest, dat wist ik altijd al, dat als ik om, waar dan ook of hoe dan ook succes zou hebben. Dat dat ook voor een deel zou worden gedeeld met mijn familie. En met mijn moeder. En ook m’n broers en mijn zus. 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar je putte dus ook wel zelfvertrouwen uit het fundament dat zij al had gelegd.

HUMBERTO TAN: Enorm. Dat was heel duidelijk. Ze was politiek betrokken. Maatschappelijk betrokken. Als er dingen niet goed gingen in de samenleving hoorde ik haar schelden tegen de televisie. ‘Het is toch belachelijk!’ Dit en dat. Ging ze bellen met vrienden en vriendinnen; ‘Heb je dat gezien? Dat kan toch niet?! Moeten we wat doen?’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Mooi..

HUMBERTO TAN: Ja, was echt meteen, hup!

ERNST-JAN PFAUTH: En waar, dan vraag ik me toch af, als we dit allemaal gehoord hebben… Dus je studeerde rechten vanuit een hele goede overtuiging. Je had de advocatuur verkent en dacht: ‘Oh dit is toch wel interessant…’ Tv deed je als bijbaantje maar vond je niks aan. 

HUMBERTO TAN: Gewoon… Nee, niet niks aan! Ik vond het heel leuk. Maar ik zag niet…

ERNST-JAN PFAUTH: Je zag er geen toekomst in.

HUMBERTO TAN: Ik zag geen toekomst erin. Nee, nee.

ERNST-JAN PFAUTH: Nee, en toch zitten we nu hier. Ben jij een van de bekendste tv-presentatoren van het land. Dat is wel een plotwending. Dat je toen na je studie voor televisie hebt gekozen…

HUMBERTO TAN: Kijk een van de mensen die mij als allereerste wel eens heeft aanbevolen bij een omroep, is Hans van Willigenburg geweest. Hans van Willigenburg is de oude KRO-presentator.

ERNST-JAN PFAUTH: Hij heeft toch ook Koffietijd gepresenteerd?

HUMBERTO TAN: Ja! Ook Koffietijd gepresenteerd. En Hans van Willigenburg deed de presentatie van het C&A, Margriet-modeshow. Hij heeft wel eens tegen de mensen van de KRO toen geroepen: ‘Er loopt een jongen hier, daar moeten jullie eens naar kijken.’ 

Met zo’n tour ga je weken door het land. Dus dan leer je mensen wel een beetje kennen. En hij zei: ‘Jij bent altijd vrolijk, je bent altijd aanwezig op een vrolijke manier. Mensen worden blij van je…’, dit en dat. ‘Dus, er zit iets in jou wat ik heel prettig vond. Ik dacht, dat moeten die mensen [van de KRO] zien.

Ik weet ook niet waarvoor. Maar qua persoonlijkheid moeten er gewoon mensen naar komen kijken.’  Dat hebben ze nooit gedaan, en dat vond ‘ie heel jammer.

Want later toen hij mij dus zag bij de AVRO, zei die: ‘Zie je wel! Ik wist het!’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, ja. (Lacht) Want hoe ben je bij de AVRO terecht gekomen? Ik heb begrepen dat je de eerste screentest daar totaal verpest hebt.

HUMBERTO TAN: Ja, totaal. Ik was heel slecht. Maar heb ook mensen de kans gekregen. Maar ik ben überhaupt bij die screentest terecht gekomen omdat ik zat bij Sonja Barend aan tafel bij De Tafel van 7. Dat was toen een programma-onderdeel van Sonja Barend. Dat was een talkshow, één keer per week. En dat was onderdeel waarbij ze gewone mensen uit de samenleving lieten reageren op het nieuws. 

ERNST-JAN PFAUTH: Een beetje zoals [Het] Lagerhuis zo’n tien jaar later.

HUMBERTO TAN: Avant la lettre. Alleen toen was het met zeven mensen aan tafel. Lagerhuis waren toen met twintig, met dertig. En was een doorsnee van de Nederlandse samenleving. En ik was dan, én allochtoon, dat werd toen nog heel veel gezegd, en student. Ik heb dat twee seizoenen gedaan. Ook als bijbaan, trouwens.

ERNST-JAN PFAUTH: En dan moest je dus professioneel je mening geven. 

HUMBERTO TAN: Ja! Niet eens professioneel. Want we hoefde ons niet voor te bereiden. We gingen gewoon op zondagavond naar De Brakke Grond in Amsterdam. En Sonja had dan een onderdeel van het programma waarin ze het nieuws van de week besprak en liet ze gewone mensen op reageren. En ik was een van die gewone mensen. Zat ook Corrie bij, de huisvrouw. En een ondernemer. En Harry de Winter zat erbij, als producent. D’r zaten allemaal… Henk Plenter zat erbij van de gemeente Amsterdam. 

Allemaal verschillende mensen. En Kees van Twist was toen, ik denk programmadirecteur bij de VARA. En die werd dat bij de AVRO. En toen heeft Kees van Twist bij de AVRO gezegd: ‘Humberto, van Sonja Barend.’

ERNST-JAN PFAUTH: Want die jongen kon zo goed zijn mening geven.

HUMBERTO TAN: Ja, die jongen. Die jongen moeten we even testen.

ERNST-JAN PFAUTH: Want jij had natuurlijk je moeder altijd d’r mening zien geven voor de tv. Is dit je aangeleerd ofzo? Waarom kon je dat zo goed? Dat is best een kunst.

Als de spotlight op je staat, je hebt geen enkele autoriteit waarop je kunt beroepen dan wel goed je mening te kunnen geven.

HUMBERTO TAN: Nou ja, kijk ik was in een screentest. Want zo is het gegaan. Je kreeg eerst een screentest. Niet op tv. Gewoon in een kamer ergens in Hilversum. En daar hadden ze krantenartikelen en Sonja zei dan: ‘Nou krantenartikel x, wat vind je daarvan?’, nou dan gaf ik gewoon mijn mening. ‘En wat vond jij daarvan?’ Allemaal mensen werden er getest. En achteraf bleek dat die eerste groep mensen die ze hadden getest. Bijna iedereen van die eerste groep werd ook daadwerkelijk De tafel van 7

Kees Driehuis zat ook in de redactie van Sonja Barend toen. En toen hebben ze mij gebeld. Ik deed het gewoon. Ik las het en gaf een mening en ik probeerde argumenten daarbij te verzinnen. Meer deed ik niet. 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm…

HUMBERTO TAN: Ik denk wel dat het voor een deel komt hoe mijn moeder erop reageerde ook op het nieuws. Ik denk dat dat ook wel een inspiratiebron is geweest daarvoor. Maar dat moet ook in je zitten. Dat je dat überhaupt tot je wil nemen en dat je dat ook kan verwerken naar een mening.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja. En die met zelfvertrouwen ter berde kan brengen. 

HUMBERTO TAN: Ik had ook wel een truc hoor. Ik probeerde altijd zo snel mogelijk wat te zeggen. Dus als er een thema op tafel kwam en Sonja heeft het uitgelegd: ‘Nou ja, daar waar ik dan graag jullie mening. Wat vinden jullie van x-y-z’, zei ik: ‘Nou… Wat goed dat je het vraagt, ik…’, en dan ging ik meteen.

ERNST-JAN PFAUTH: Waarom? Wat was de gedachte daarachter?

HUMBERTO TAN: Omdat je zeven mensen hebt. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja…

HUMBERTO TAN: Dus ja, je moet niet daar gaan zitten niks doen. Je moet wel geluid maken. anders heb ik niks aan jou

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, dus je leverde wel meteen.

HUMBERTO TAN: Je moet wel leveren. Dat gevoel had ik wel, je moet wel leveren. 

Dan legde ik gewoon mijn mening op tafel. En daarna gingen de anderen door. En dan ging ik zitten en dacht ik: ‘Nou…’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht) Ik heb het al gedaan, succes jongens!

HUMBERTO TAN: (Lacht) Ja!

En ook daar kwam niet de televisieambitie naar voren.

ERNST-JAN PFAUTH: Dat ik wou ik net vragen…

HUMBERTO TAN: Nee.

ERNST-JAN PFAUTH: Nog steeds niet.

HUMBERTO TAN: Nee. Eind jaren tachtig…

ERNST-JAN PFAUTH: Nog steeds een bijbaan. 

HUMBERTO TAN: ‘87, ‘88, een bijbaan. 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar je gaat wel merken, ik bedoel, een showblok doen kan ik me nog voorstellen dat je dat nog echt als iets anders ziet. 

Maar op televisie argumenten geven dat ligt wel al in lijn met wat je studeerde.

HUMBERTO TAN: Maar ik zag dat niet als een talent. 

Ik zag dat gewoon als ik geef gewoon mijn mening. Dus, ja, ik zag dat niet als een talent. Dus ik heb dat twee jaar gedaan volgens mij…

ERNST-JAN PFAUTH: Maar bedoel je daarmee: ‘het ging me zo makkelijk af dat ik niet eens overwoog dat het werk zou kunnen zijn’?

HUMBERTO TAN: Ik hoefde er zo weinig moeite voor te doen om die mening te ventileren. Dat ik er nooit over heb nagedacht dat dat wel eens werk zou kunnen zijn. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oh ja… Dieuwertje Blok zei precies hetzelfde in mijn gesprek met haar.

HUMBERTO TAN: Oh ja?

ERNST-JAN PFAUTH: Het ging haar zo makkelijk af dat ze dacht: ‘Dit kan nooit werk zijn…’ Zij was ook omroeper net als jij later bij de AVRO. En zij dacht ;ik praat gewoon en mensen vinden het prima. Maar dit kost me niks.’

HUMBERTO TAN: Nou dat omroepen vond ik dus heel moeilijk… (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Toen dacht ik echt: ‘Jeeezus, wat is dit moeilijk werk.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Dat had je nogal onderschat hé? 

HUMBERTO TAN: Ja…  Ik vond het verschrikkelijk…

ERNST-JAN PFAUTH: Want Kees van Twist dacht: ‘die jongen moeten we hebben bij AVRO, dus die nodig ik uit voor een screentest als omroeper’.

HUMBERTO TAN: Ja…

ERNST-JAN PFAUTH: En zoals je naar de showblokken zonder enige voorbereiding ging, ging je ook naar die screentest zonder enige voorbereiding.

HUMBERTO TAN: Ja…

ERNST-JAN PFAUTH: En hoe ging dat Humberto?

HUMBERTO TAN: Slecht!

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Heel slecht. En daar zat gelukkig een regisseur die dat zag, en die zei ook van: ‘Goh, heb jij een beetje voorbereid’? Marielle Klaassen, overleden niet zo lang geleden. Twee jaar geleden nu. 

En toen zei ik: ‘Nee, nee. Ik heb me niet voorbereid nee.’ Toen zei ze: ‘Waarom niet?’, zei ik: ‘Nou omdat ik dacht dat het heel makkelijk was’, ‘Vind je het moeilijk?’, zegt ze. ‘Ik vind het héél moeilijk. Heel moeilijk. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want een omroeper vertelde wat er die avond op tv zou komen. Zonder autocue…

HUMBERTO TAN: De omroeper vertelde gewoon, zonder autocue moest je gewoon vertellen: ‘Nou vanavond bij de AVRO dames en heren L.A. Law. Nou ja, al die programma’s die er kwamen. Hoe laat ze kwamen en wat er dan in gebeurde…

ERNST-JAN PFAUTH: Ja.

HUMBERTO TAN: En heel kort. Het was echt een heel vertragend ding. Maar dat was toen heel populair, omroeper zijn. 

ERNST-JAN PFAUTH: Het lijkt heel makkelijk, heel huiselijk. Maar dat was het dus niet. 

HUMBERTO TAN: Vond ik niet. Je had mensen die dat heel goed deden. Nou ik vond mezelf echt niet top. Dan heb je mensen nodig die potentie zien. En Marielle zag kennelijk potentie. Want die zei: ‘Doe je blaadje weg. Kijk je wel eens naar de AVRO?’ Zei ik: ‘Nee…’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: ‘Jaaa’, zei ik, ‘Jawel, jawel! Ik kijk AVRO’s Sportpanorama. En ik kijk L.A. Law’, ‘Oké, heb je vorige week L.A. Law gezien?’ Zei ik: ‘Ja, ja’, ‘Waar ging het over?’. Nou ik vertel waar het over ging. 

ERNST-JAN PFAUTH: Klinkt als een crime-serie dit.

HUMBERTO TAN: Nou L.A. Law is eigenlijk Suits avant la lettre. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, oké! Dus je volgt een advocatenkantoor.

HUMBERTO TAN: Ja. Was een advocatenkantoor.

ERNST-JAN PFAUTH: Geen wonder dat je er naar keek.

HUMBERTO TAN: Ontzettend, vond ik echt leuk. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja.

HUMBERTO TAN: En Avro Sportpanorama. ‘Ik weet niks van sport’, zegt zij. ‘Ik houd ook niet van sport, maar vertel, wat speelt er allemaal nu?’ Nou ik vertellen, bla bla bla. ‘Oh, oké, dankjewel.’ En toen dacht ik, oké dat was het. Maar toen werd ik uitgenodigd voor tweede ronde.

Ik vind dat dus heel knap dat zij in staat was om niet te kijken naar wat iemand kan. Maar naar de potentie van wat iemand zou kunnen. Dus dat is denken in kansen. Fan-tastisch. 

ERNST-JAN PFAUTH: En ze stapte er ook overheen dat ze dacht: ‘Hoezo heeft deze knul zich niet voorbereid…’

HUMBERTO TAN: Maar ik was heel eerlijk daarover, want ik zei: ‘Ik dacht dat het makkelijk was.’ En ik was ook eerlijk over het feit dat ik zei: ‘Het is heel moeilijk.’ Dus ik speelde geen spelletjes. Ik was, het was gewoon upfront, het was gewoon open. En dat maakte dat zij dacht: ‘Je bent toch anders.’

ERNST-JAN PFAUTH: Want je hebt inmiddels een hoop regisseurs meegemaakt.

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Dit was een unieke eigenschap.

HUMBERTO TAN: Dit was een talent van haar. 

Want ik denk, als ik pech had gehad, en iemand anders had daar gezeten: ‘Ik zoek iemand die dit al moet kunnen.’ Nee, eigenlijk zoek je die nooit. Je zoekt iemand die iets gaat doen. 

Dus je zoekt potentie. En dat wil niet zeggen garantie. Je zoekt, dat is talent. Talent is iemand met potentie. Wat er misschien op het juiste moment uitkomt. Maar misschien ook niet. En ja dat heeft mij wel echt, zonder heel veel mensen had ik geen carrière gehad, maar zonder haar zeker niet. Misschien was het zonder haar later op een andere plek gebeurd. 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm-hm.

HUMBERTO TAN: Dat weet ik niet. Maar op die plek was het op dat moment wel heel belangrijk. 

ERNST-JAN PFAUTH: En toen werd je dus omroeper. Toen werd je in een klap een heel bekend gezicht.

Humberto Tan als omroeper in 1991

HUMBERTO TAN: Nou… Ik kreeg een aanbieding en, en uiteindelijk. En toen zei ik: ‘Nou ik wil erover nadenken.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, want je was natuurlijk nog steeds niet overtuigd of je televisie wilde?

HUMBERTO TAN: Nee! Ik dacht waarom zou ik omroeper moeten worden?

ERNST-JAN PFAUTH: Keek je erop neer?

HUMBERTO TAN: Nee ik keek er niet op neer, maar ik dacht: ‘Ja, dit is nou niet mijn wens in mijn leven geweest om omroeper te worden.’

ERNST-JAN PFAUTH: Was je al afgestudeerd?

HUMBERTO TAN: Ik was bijna afgestudeerd, ja. En dit was in januari ergens. En ik zou dan na mijn studie meteen kunnen beginnen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, goede timing.

HUMBERTO TAN: En ik zou in mei afstuderen. En ik had al, ik heb extra keuzevakken gedaan. Dus eigenlijk was ik al afgestudeerd, maar ik deed extra keuzevakken. En volgens mij, dit boden ze aan op een vrijdag. Toen zei ik: ‘Volgende week vrijdag geef ik het antwoord.’ Dus een week bedenktijd. Toen belde ze mij op op dinsdag. ‘We willen nog iets aan je vragen. Ken je Pauze TV?’, ik zeg: ‘Jazeker, fantastisch programma’. Is een jongerenprogramma. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oké.

HUMBERTO TAN: Carlo Boszhard is daar begonnen, zes presentatoren, jongeren televisie. 

Jessica Broekhuis zat bij Pauze TV. Sophie Hilbrand zat bij Pauze TV, als ik het goed heb. Carlo Boszhard zat bij Pauze TV. En ze zeiden van: ‘We gaan het omvormen Pauze TV, we gaan niet, we gaan van zes naar twee presentatoren. Jessica Broekhuis blijft en we willen jou graag daarnaast.’ Toen zei ik: ‘Oh, oké. Vrijdag horen jullie het.’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht) Oh dan was je dus écht, dan was je dus écht bereid het te tegen de muur te laten vliegen. Anders zou je nooit dat lef hebben gehad, toch?

HUMBERTO TAN: Ja, het wordt me heel vaak gezegd hè. Ik heb wel eens met mensen van de school van journalistiek en jongeren: ‘Jaaa, je kan dat soort dingen doen omdat je een naam hebt’, ik zeg: ‘Nee, dat is onzin. Ik heb het altijd gedaan.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Want je was toen nog niemand.

HUMBERTO TAN: Ik was helemaal niemand. Ik was niks. Ik had niet eens een baan. Maar ik zei gewoon: ‘Nou dank je wel, vrijdag kom ik bij jullie terug.’

ERNST-JAN PFAUTH: Maar dat is, was dat lef, of was dat gewoon dat je het niet graag genoeg wilde. Of niet wist of je wilde?

HUMBERTO TAN: Het was, het was een aantal dingen. Eén: ik had ook gezegd tegen ze waarom willen jullie mij? Want kennelijk was ik daar mee bezig. Want als jullie mij, waarom willen jullie mij als omroeper bij de AVRO? Is helemaal niet logisch om mij als omroeper bij de AVRO te willen. Hebben jullie een soort, willen jullie mij omdat ik zwart ben? 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm-hm.

HUMBERTO TAN: Zij zeiden: ‘Hoe kom je daar nou bij?’ Ik zei: ‘Nou dat moet ik wel overwegen want als ik… Denk je echt dat ik het kan. Want als ik het niet kan, dan schaad ik de carrière van heel veel mensen.’ Die verantwoordelijkheid voelde ik toen al. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dat zei Noraly Beyer in ons gesprek ook ja.

HUMBERTO TAN: Dat is het maatschappelijke van mijn moeder. Dat voelde ik gewoon heel erg zo.

ERNST-JAN PFAUTH: Want als jij gekozen wordt als vertegenwoordiger van die groep en je doet het niet goed. Dan is die hele groep afgeschreven?

HUMBERTO TAN: Ja, ja.

En dat had ik heel erg, was ik me heel bewust van. Dus ik zei: ‘Jullie moeten me echt goed vinden.’ Ook omdat ik wist dat die eerste screentest natuurlijk zo slecht was. Ook voor mij slecht was. En daarna snapte ik wel, en die tweede was goed, want die heb ik uiteindelijk me echt gewoon goed voorbereid. En ik moest ook interviews doen enzo. 

Maar die eerste was echt niet goed. Dus dat was een twijfel. De tweede twijfel die ik had was wil ik dit wel. Wil ik wel televisie doen. Want ik wil eigenlijk misschien wel diplomatieke dienst in, bij, gewoon de wereld over. Bij ambassades werken.

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, vet. Was ook een mooi pad geweest.

HUMBERTO TAN: Dat wilde ik, ja dat wilde ik heel graag. En ik had ook een sollicitatiebrief geschreven. Ik had een uitnodiging gekregen…

ERNST-JAN PFAUTH: Van BuZa (Ministerie van Buitenlandse Zaken), je mocht gewoon langskomen?

HUMBERTO TAN: Ja-ha. Ik mocht langskomen, ja. Ik had een, ik stond voor het klasje. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oh wauw.

HUMBERTO TAN: Dus ik had die keuze, ik had een keuze. Dus dat was een aspect en ten derde dacht ik: ‘Ja… Is die bekendheid eigenlijk wel leuk. Is dat leuk? Is dat echt leuk? Is dat, is dat, wil je dat?’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Want waarom wantrouwde je dat? 

HUMBERTO TAN: Ja mensen gaan je dus altijd aanspreken op straat. Zo stelde ik het mij voor. 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar ben jij ijdel?

HUMBERTO TAN: Tuurlijk ben ik ijdel, maar niet zo ijdel. Want ik vind het wel fijn als ik niet wordt herkend. 

Maar dat waren in ieder geval afwegingen die ik had. Die drie afwegingen. Ik zeg: ‘Nou daar ik gewoon de tijd voor nemen. Dan laat ik het gewoon neerdalen. Ik praat met een aantal mensen in mijn omgeving, met vrienden, met mijn moeder. Met mijn broers. Gewoon met een aantal mensen praten. Uiteindelijk neem ik zelf de beslissing. 

ERNST-JAN PFAUTH: En wat was het antwoord op die vraag, ‘Willen jullie dit omdat ik van kleur ben?’

HUMBERTO TAN: ‘Nee, tuurlijk niet. Nee. Absoluut niet.’ Marielle was heel, was een fantastische vrouw. Leek heel erg op mijn moeder. Heel erg dezelfde… Nee, absoluut niet. ‘Jij bent gewoon, jij hebt gewoon een apart talent. Bijzonder talent.’

ERNST-JAN PFAUTH: Die kon je afvinken. 

HUMBERTO TAN: Ja, wacht even. Dat wist ik toen nog niet dat zij zo fantastisch was. Want ik kende haar niet. Dat heb ik pas láter leren zien, dat van: ‘Oh ja, zij was echt oprecht.’ Dat heb ik, ik heb dat wel, ik heb wel naar haar antwoord geluisterd. Maar ik heb vooral geleerd om naar mezelf te luisteren daarin. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oké.

HUMBERTO TAN: Wat is jouw gevoel daarbij? En wat zeggen de mensen in je omgeving? En dan kom je weer terug bij wat mijn moeder eerder zei: ‘Ja waarom zou je het niet doen. Doe het gewoon. Het is echt een keuze die je zelf gecreëerd hebt en volgens mij vind je het in bepaalde opzichten best mooi. Ik heb liever dat je advocaat wordt. De televisiewereld is echt een verschrikkelijke wereld volgens mij. Ze laten je zo vallen als het niet goed gaat.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, dat heb je gemerkt.

HUMBERTO TAN: Nou dat heeft twintig jaar geduurd. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja. (Lacht)

HUMBERTO TAN: (Lacht) Maar het is wel gebeurd. Maar, dus, ze liet de keuze wel aan mij. Ik was toen ook al vijfentwintig natuurlijk. 

ERNST-JAN PFAUTH: En wat gebeurde er tussen dinsdag en vrijdag?

HUMBERTO TAN: Die gesprekken met mensen in je omgeving die je echt vertrouwt. Waarvan je weet je hebt geen enkele andere agenda dan jouw helpen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dat is belangrijk als je om advies vraagt.

HUMBERTO TAN: Allerbelangrijkste. Je moet niet advies vragen aan iemand over een baan, terwijl je weet dat die wilt, dat hij bij, dat ‘ie, dat jij bij hem moet gaan werken. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, dus je ging naar je moeder. Je ging naar Patrice neem ik aan. 

HUMBERTO TAN: Ja. Vrienden, Robert. Heel veel mensen. Ik denk dat ik een stuk of vijf, zes, zeven mensen gevraagd heb wat denk jij? Gewoon open vraag. Wat denk jij? Doen man. Doen man. Gewoon doen. Dat is toch leuk. Dat programma kijk je toch altijd, dat Pauze TV. Dat was wel de doorslag trouwens. Pauze TV kijk je toch altijd. 

Zei ik: ‘Ja, dus zal ik omroeper worden, een of twee dagen per week. En dan Pauze TV voor één programma per week.’ Dus heb ik gebeld, ik zeg: ‘Ik doe het.’ Nou twee jaar gedaan bij de AVRO. Twee of drie jaar. Twee jaar. Fantastische tijd. Echt geweldige tijd. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want toen kwam dus pas het verlangen om meer televisie te maken. Omdat je dat Pauze TV inhoudelijk een vet programma vond? 

HUMBERTO TAN: Ik vond, kijk Pauze TV was het aller, allereerste programma wat ik gemaakt hebt. En de mensen die toen bij Pauze TV waren, Hans Lubbers, Jos Eilers, John van Twigt en later Monique Busman. Met John was mijn allereerste opdracht, gingen we naar Italië. 

Omdat ik had gezegd: ‘Nou ik spreek een beetje Italiaans’. En toen heb ik samen met John, heb ik vier of vijf onderwerpen bedacht. 

Je gaat natuurlijk eerst kijken naar dingen die je kent, ‘Oh, we gaan naar Milaan. Hoelang is dat rijden vanaf de markt, oh dat is drie, vier uur rijden’, ‘Ja man, dan gaan we naar Milaan. Dan gaan we kijken of Nederlandse modellen bij een modellenbureau schijnt te zitten in Milaan.’ 

Dus zo zijn een aantal onderwerpen bedacht en John had geen rijbewijs. Ik had mijn rijbewijs. Dus ik reed alles. En het onderwerp dat we gingen maken, dat was ruk. Dat was helemaal niks. Er was ons van alles voorgespiegeld. Was d’r allemaal niet. Dus ik keek John aan en John was een ervaren regisseur. 

Hij zei, en dat was wel mooi wat die zei, hij zei: ‘Nou wat ga je nu doen?’ Ik zeg: ‘We gaan niet met lege handen naar huis. Wij gaan iets verzinnen.’ Dit is niks, maar we gaan iets verzinnen. We gaan, ik ga niet naar mijn allereerste reis klus voor de tv, was meteen naar het buitenland en dan kom ik met lege hand terug. Over my dead body.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Maar dat was dus vanuit eergevoel en niet vanuit angst.

HUMBERTO TAN: Eergevoel! Tuurlijk! Je gaat toch niet, er zijn kosten voor je betaald. Je moet, ja doe wat! Verzin dan maar wat. We zaten in Perugia. Er zaten twee Duitse meiden, zaten op de trap. En ik zag langzaam zo, die, allemaal mannen bij ze gaan zitten zo. Dus die hele trap raakte vol met die twee meisjes in het midden. 

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Toen zei ik tegen John: ‘Zie je dat wat daar gebeurd?’, hij zei: ‘Wat?’, en dus ik leg het uit. Zei ik: ‘Dat moeten we filmen. Dat moeten we filmen!’ Dus ik ging naar ze toe, ik legde uit wat we aan het doen waren, ik legde uit wat ik gezien had. Ze moesten heel erg lachen, ze zeiden: ‘Ja, ja. Das stimmt! Das stimmt!’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Toen zei ik: ‘Wil je wat voor mij doen? Loop even weg van die trap en kom over een uur terug.’ Dus dat deden ze. Dus zij gingen weg. Kwamen ze een uur later terug, gingen ze op die trap zitten. Lege trap. Wij filmen van een afstand. Komen steeds meer jongens bij zitten zo. En toen had ik, toen hadden we het meegenomen naar Nederland. 

Ja weet je als je er nu over nadenkt is het heel flauw, maar voor een jongerenprogramma toen werkte het goed.En toen had ik een van de sportcommentatoren van AVRO Sportpanorama, Rob Pach, die had een hele mooi stem vond ik, had ik gevraagd: ‘Rob, kan je dit becommentariëren als een voetbalwedstrijd?’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: (Doet Pach na) ‘Jaaa, en aan de linkerkant daar komt ‘ie. Ja… Gaat ‘ie het doen, of gaat ‘ie het niet doen? Hij benadert haar!’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Wat goed, dus de creativiteit sprak je dus heel erg aan wel?

HUMBERTO TAN: Ik vond dat heel erg leuk. Nou we hebben zo erg gelachen toen we het aan het draaien waren, terwijl het inhoudsloos was. Maar het was gewoon heel leuk om te doen. Toen dacht ik: ‘Ja dat is wel echt mooi.’ Maar ja, weet je. Als je het over keuzes hebt, kijk keuzes, kijk gevoel is ook wel belangrijk hè. Want ik werd, kijk, op een gegeven moment stopte dat. En Jessica kreeg een aanbieding of we een filmprogramma wilde doen. Dat wilde ik niet.

Ik zei: ‘Ja een filmprogramma…’, je had toen al Rene Mioch, die filmprogramma’s deed. En Simon van Collem zelfs nog. En ik zei: ‘Ja, komen wij aan. Ik ben helemaal niet een filmkenner of wat dan ook’, ik zeg: ‘Ja, ik wil het wel’, zei ik. Ook daar. ‘Ik wil het wel. Maar dan moeten we het in Hollywood doen.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Haha, ambitieus, ja. 

HUMBERTO TAN: Nee, nou ja, niet ambitieus. Ik dacht als jij niet een specialist bent, hoe kan je meerwaarde toevoegen.

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, onderscheidend ja.

HUMBERTO TAN: Ik zeg: ‘Dan moet het niet hier in Nederland gaan zitten want ik heb geen meerwaarde. Ik heb meerwaarde als ik ergens ben waar andere niet zijn. Toen zeiden ze: ‘Nee… Maar dat gaan we niet doen’, toen zei ik: ‘Nou prima, even goede vrienden. Maar dan doe ik dat programma niet.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: En toen, want toen stond je dus met lege handen dan.

HUMBERTO TAN: Ja, maar… Dat was heel raar toen, maar ik werd gebeld door, ik weet niet eens meer door wie. Kees van Twist was toen weg. En die directeur van de AVRO belde me dus of ik met Han van de Meer van De ver van mijn bed show, of ik daar wilde presenteren. De ver van mijn bed show was een programma voor mensen met een andere achtergrond dan Nederlands. Dus, met, voor allochtonen. 

En toen dacht ik: ‘Een, ik wil niet nog een keer dubbelpresentatie. Ik bedoel ik ga van Jessica Broekhuis ga ik dan naar Han van der Meer. Echt niet. Ik ga geen duopresentatie meer doen. Ik heb het al gedaan.’

ERNST-JAN PFAUTH: Dat is toch best… voor iemand die net komt kijken… Is dat niet arrogant? 

HUMBERTO TAN: Nee, het is heel duidelijk. Ik voelde daar helemaal niks bij, bij dat programma. 

ERNST-JAN PFAUTH: Nee. Maar dat je geen duo presentatie wilde nadat je weet ik veel x-jaar in het vak zit? Waar baseerde je dat op dan?

HUMBERTO TAN: Ik baseerde dat op mijn, nou ja ik merkte in die periode, Jessica was natuurlijk al de gearriveerde presentatrice en ik was een nieuwkomeling. En ja, Jessica, die, die kreeg best veel aandacht. En ik kreeg dat helemaal niet en ik vond dat prima. 

Want zo was mijn beleving. En dacht ik ja, maar als je dubbelpresentatie, dan moet je steeds schikken naar de ander op een of andere manier. Ik ben daar gewoon minder goed in. En ik heb het ook nooit meer gedaan. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus het was meer een soort inhoudelijke keuze dat je dacht ‘Ik ben minder goed als ik naast iemand anders moet staan’.

HUMBERTO TAN: Nou ja, ik vond het, ik vond het niet fair, er waren best wel wat uitdagingen met Jessica. Er waren soms wat problemen, dat de energie dan altijd ging naar degene waar het meeste gedoe mee was. Ik dacht ja maar, ik weet niet…. We maken het met z’n tweeën hè. Iedere keer alleen maar daar alle aandacht en hier niks.

Ik dacht: ‘Nee. Volgens mij moet je het gewoon alleen doen.’ En niet dit programma. Bij dit programma past dat niet. Maar dan moet je gewoon zoeken naar iets anders waar je wel iets alleen kan doen.

ERNST-JAN PFAUTH: Maar dat getuigt wederom toch weer van veel zelfvertrouwen als je nog maar net in het vak zit…

HUMBERTO TAN: Nee het is kijk, luister naar jezelf. Jouw lichaam zegt, mijn lichaam zegt gewoon het werkt niet voor jou.

ERNST-JAN PFAUTH: Maar heel veel mensen drukken dat weg omdat ze bang zijn voor de consequenties.

HUMBERTO TAN: Maar ik ben niet bang voor de consequenties want dan ben ik dus niet geschikt. Er zijn nog meer dan genoeg dingen die ik kan doen. Dan moet je dat dus gewoon niet doen.

ERNST-JAN PFAUTH: Kan je dat aanleren denk je? Als er nu mensen zijn die luisteren die denken: ‘Af en toe voel ik ook dat dit niet voor mij is maar ik durf dat toch niet te zeggen, omdat ik bang ben dat ik iets kwijtraak. Of dat ik het niet krijg…’

HUMBERTO TAN: Je moet niet bang zijn om iets kwijt te raken.

ERNST-JAN PFAUTH: Waarom niet?

HUMBERTO TAN: Waarom wel?

ERNST-JAN PFAUTH: Nou dat kan toch heel menselijk zijn.? Dat je bang, dat je bang bent dat die ene mogelijkheid je ontglipt en dat je het daardoor niet meer kan maken. Of weet ik veel geld op de bank moet hebben.

HUMBERTO TAN: Ja… Dan is het dus niet voor jou. Niet nu. Misschien later. Het maakt het je heel kwetsbaar als je koste wat het kost blijft vasthouden aan iets wat niet helemaal niet meer voor jou is. Het gaat je niet beter maken. Het gaat je heel veel energie kosten. Je bent niet je beste versie van jezelf. Je gaat niet het beste laten zien. En uiteindelijk in de long run wordt het alleen maar slechter voor je.

Het maakt het je heel kwetsbaar als je koste wat het kost blijft vasthouden aan iets wat niet helemaal niet meer voor jou is. Het gaat je niet beter maken. Het gaat je heel veel energie kosten. Je bent niet je beste versie van jezelf. Je gaat niet het beste laten zien. En uiteindelijk in de long run wordt het alleen maar slechter voor je.

Humberto Tan

ERNST-JAN PFAUTH: Maar dan zeg je dus eigenlijk: ‘Kies op dat moment de pijn op de korte termijn, want anders kies je voor pijn op de lange termijn.’ Het is een moeilijke keuze om een kans te laten gaan of iets niet te doen maar uiteindelijk ben je daar beter mee af. 

HUMBERTO TAN: Uiteindelijk wel. Kijk je hebt nog een tweede optie. Kies het tijdelijke, en als dat gevoel uit je lichaam niet weggaat… Dan moet je er zeker naar luisteren. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want heb je dit de hard way ondervonden, of altijd al geweten?

HUMBERTO TAN: Heb ik altijd al gehad. Want dit is ook het begin dat ik helemaal niks had.

En Han van der Meer was echt een gerespecteerd presentator toen. En hij belde me persoonlijk. ‘Ik wil je er heel graag bij hebben.’ Toen zei ik: ‘Ja, dankjewel voor het compliment. Maar ik wil geen dubbelpresentatie.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: En hoe reageerde mensen op die nee? Ik heb ook ergens gelezen dat je al heel vroeg een keer nee hebt gezegd tegen John de Mol, volgens mij nog voordat je überhaupt omroeper werd bij de AVRO. Waren ze dan verbaasd?

HUMBERTO TAN: Nee, nee. Ik heb, want ook toen voor de AVRO trouwens, ik heb toen ook, John de Mol had me ook gebeld voor Pauze TV. Maar toen had de AVRO mezelf al gebeld. Dus hij belde mij: ‘Ja, euhm met John de Mol. Euhm… Ik heb een programma bij de AVRO voor jou’, toen zei ik: ‘Huh, welk programma?’, hij zei: ‘Nou ja, Pauze TV’, ik zeg: ‘Maar de AVRO heeft me zelf al gebeld.’ Hij zei: ‘Wat?! Hè?’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: En toen zei hij: ‘En ga je het doen?’ Toen zei ik: ‘Dat weet ik nog niet. Ik ga, vrijdag geef ik het antwoord.’

ERNST-JAN PFAUTH: Ah dus bij belde je tussen dinsdag en vrijdag, haha?

HUMBERTO TAN: Ja! ‘Hij zei: ‘Oh… Waar twijfel je over?’ Dus ik heb ook met hem zitten praten. Hij zei: ‘Jongen, altijd doen! Maar ik ga even checken hoe het zit.’ Nou, dus ik heb het altijd, het is niet omdat je een naam hebt… Tuurlijk kan je dan meer risico’s permitteren. Maar ik heb altijd risico’s genomen daarin.

ERNST-JAN PFAUTH: Ook toen je nog geen vangnet had.

HUMBERTO TAN: Ook toen ik nog nul vangnet had. Ik heb heel vaak geen vangnet gehad. Toen ik bij Studio Sport werkte en, als je een paar sprongen maakt, heb ik bij het, bij een advocatenkantoor gewerkt op een gegeven moment. Toen Forza en Pauze TV stopte. Althans Forza stopte in de avond…

ERNST-JAN PFAUTH: En jij geen duopresentatie wilde doen bij Ver van je bed.

HUMBERTO TAN: Toen zei ik: ‘Nou, dat was het, prima. Ik ga solliciteren bij een advocatenkantoor.’ Toen ben ik bij Rasker & Wibbens Advocaten gaan solliciteren. Ik heb tegen Stanley Wibbens gezegd: ‘Ik wil geen baan, maar een loopbaan.’ (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Slik 

ERNST-JAN PFAUTH: Wauw.

HUMBERTO TAN: En toen moest ‘ie heel erg lachen en zei die: ‘Jij…’, hij zei: ‘Oké, je mag beginnen.’ Maar toen werkte ik op een gegeven moment, en toen kreeg ik de vraag of ik bij Studio Sport een screentest wilde doen. Daar hadden ze ook via via van mij gehoord. Want ik was wel eens ingevallen bij AVRO Sportpanorama. Live. Had ik ook nog nooit gedaan. Had ik ook nog nooit gedaan. En dat ging eigenlijk best wel goed.

Arno Vermeulen was ziek en toen heb ik geloof ik twee of drie weken AVRO’s Sportpanorama gepresenteerd. 

ERNST-JAN PFAUTH: En dat hadden ze gezien bij de NOS, en toen dachten ze we moeten hem eens een keer uitnodigen bij Studio Sport.

HUMBERTO TAN: Toen had een van de regisseurs van dat programma dat gezien. Die werkte ook bij de NOS en die zei van: ‘Die jongen is echt, hij gaat zitten…’, het was een live programma hè. ‘Hij heeft nul ervaring en hij durft het gewoon.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Hehe.

HUMBERTO TAN: ‘Nodig hem uit. Nodig hem uit voor een screentest.’ En heb ik toen gedaan. En ook daar heb ik risico’s genomen. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want hoe ging die screentest?

HUMBERTO TAN: Ja die was fantastisch. Want ik heb die screentest, was met Heinze Bakker, in een kamertje bij Studio Sport. En toen moest ik het sportjournaal van de dag ervoor, krijg ik teksten van, en die zei: ‘Nou dit zijn de teksten van het sportjournaal van gisteren. Kan jij dat op camera presenteren? Dus gewoon de teksten zoals ze er staan, en als je er klaar voor bent. Drie, twee, een.’ En toen zong ik de leader, haha. Ik begon met de leader te zingen. Ik zei…

ERNST-JAN PFAUTH: Wát? Hoe dan!?

HUMBERTO TAN: Ja ik zei gewoon…

ERNST-JAN PFAUTH: Het was een akoestische, dat was een instrumentele leader…

HUMBERTO TAN: Ja! Ik zei ook, ik ging ook (doet leader na): ‘TE-TE-TE-TERE-TEN-TEN-TEN! TE-RE-RE-RE-RE-REEEEE’

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Die Heinze moest lachen, die zegt: ‘Wat doe je?!’ Ik zeg: ‘Jullie beginnen toch altijd met z’n muziekje? Dan moet je dat muziekje ook een beetje erin gooien.’

ERNST-JAN PFAUTH: Wat een ballen, dat je dat…

HUMBERTO TAN:…En toen achteraf heeft hij gezegd: ‘Toen was je aangenomen.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja want dat getuigt toch van heel veel lef. 

HUMBERTO TAN: Nou, maar het was niet om het lef. Het was…

ERNST-JAN PFAUTH: Had je hier ook weer een inhoudelijke reden voor?

HUMBERTO TAN: Nee, het was gewoon de fun. Het was gewoon, ik voelde het echt zo. Ik had niet vantevoren bedacht, van wat ga ik doen. Allemaal niet. Het was gewoon een spontane reactie. En ik denk eerlijk gezegd, dat het was omdat ik een beetje nerveus was. Denk ik. En ik me eigen nervositeit zo weg zong. 

ERNST-JAN PFAUTH: Slim. Want ik kan me zo voorstellen dat je dan in Hilversum, in zo’n groezelig gebouw in zo’n kille studio zit. Dat er geen sfeer is, iedereen gespannen is. Of verveeld. En dan kom jij de tune zingen…

HUMBERTO TAN: Ja, nou ja, Heinze heeft toen tegen mij gezegd: ‘Eigenlijk, want je moet nog presenteren. Ik had nog een gesprek met Kees Jansma. Van daarna. Over mijn sportinteresse. Hoe zit dat dan, en ne-ne-ne… Gaat het over alles hebben behalve voetbal. Want ja voetbal geloof ik wel dat dat goed zit. 

Maar het gaat ook over andere sporten. Hij zei: ‘Tuurlijk hebben we dat allemaal daarna nog gedaan, maar mijn advies…’, want Heinze deed altijd de selectie. Hij zei: ‘Ik heb gezegd die moeten we honderd procent zeker nemen.’

ERNST-JAN PFAUTH: Want hij vond het getuigen van…

HUMBERTO TAN: Eigenheid. 

ERNST-JAN PFAUTH: Hm.

HUMBERTO TAN: Eigenheid, hij voelde geen, het was niet met een agenda. Het was spontaniteit. En hij zei: ‘En dat vóelde ik, en je had lol. En wij, de cameraman had lol, ik had lol.’ Hij zei…

ERNST-JAN PFAUTH: Het was best van een saaie werkdag verandert in een leuke werkdag.

HUMBERTO TAN: Ja…! En we hebben de hele dag erom gelachen. Nog nooit meegemaakt. 

ERNST-JAN PFAUTH: Mooi.

HUMBERTO TAN: Ja, durf… Ja.

Humberto Tan presenteert Studio Sport in 1996

ERNST-JAN PFAUTH: En we hebben het dus best wel veel gehad over keuzes maken. En tot nu toe zijn alle keuzes goed gegaan. Heb je wel eens een keuze gemaakt, die, waar je misliep en dat je dus dat worst case scenario ervoer?

HUMBERTO TAN: (Denkt na) Ja… Ik denk heb een keer Jonge mensen op het concertpodium gepresenteerd, met Jessica trouwens, en dat was een programma waarin talentvolle jonge klassieke musici gast waren. Het was een gala met smoking. En dat presenteerden wij maar er was helemaal geen redactie ofzo bij. We moesten zelf teksten maken. Maar ik had helemaal geen kaas daarvan gegeten.

ERNST-JAN PFAUTH: Van klassieke muziek?

HUMBERTO TAN: Nee, van klassieke muziek niet. En al überhaupt niet van teksten maken… 

ERNST-JAN PFAUTH: Vak apart, natuurlijk.

HUMBERTO TAN: Ja, dus ik heb eigenlijk dat hele traject echt met zwetende handen en die uitzending met droge mond… Want je lichaam liegt niet hè. Je mond wordt droog, je hartslag gaat niet naar beneden en je denkt, nou ja heel veel dingen zijn niet ontspannen. Dus daarmee zegt mijn lichaam ook tegen me: nee, is gewoon niet voor jou. Gewoon slechte keuze. Had je gewoon echt niet moeten doen. Was ook eenmalig. 

ERNST-JAN PFAUTH: En wat voelde je op dat moment dan?

HUMBERTO TAN: Ongemakkelijk. 

ERNST-JAN PFAUTH: Boos op jezelf?

HUMBERTO TAN: Nee, nee. Ik zeg: ‘Leerzaam. Leerzame ervaring.’ Je kan niet alles. 

ERNST-JAN PFAUTH: Heb je het afgemaakt? 

HUMBERTO TAN: Zeker. Zeker. Die uitzending, tuurlijk, die uitzending was ook nog eens live. 

ERNST-JAN PFAUTH: Oh, dit was één uitzending.

HUMBERTO TAN: Ja was één uitzending, was eenmalige uitzending. Live. En wat ik heel, ik kon het verschil ook goed proeven. Want toevallig die naam vergeet ik ook nóóit meer. Julian Rachlin. Julian Rachlin was een, ís een Oostenrijkse violist. Was toen geloof ik veertien, vijftien jaar. 

Toen had ik een reportage van hem gemaakt voor Forza. En die zelfde Julian Rachlin was een jaar later, was hij gast bij Jonge Mensen. Daar bij dat programma. Het verschil tussen die twee ervaringen.

Of ik hem nou had bij reportage bij Forza of bij Jonge Mensen op het Concertpodium. Wereld van verschil. Dat tweede voel echt niet lekker. Want ik voelde me niet op mijn gemak. Terwijl ik hem kende. Hij herkende mij. Nou hoe bijzonder is dat? Nou bij de eerste was geweldig. Was een leuk gesprek. Was een-op-een. 

ERNST-JAN PFAUTH: Voelde lekker…

HUMBERTO TAN: Ja voelde gewoon lekker. En bij de tweede was het stijf, was het geforceerd. Het was niet echt. Althans het was niet oprecht genoeg. En het was, ik was meer met mijn eigen nervositeit bezig dan met hem. Was niet goed. Alleen daarom al was het niet goed. Ik bedoel, je hebt te weinig aandacht voor je gast, omdat je gewoon met jezelf bezig bent.

Toen wist ik, dit moet ik niet meer doen. 

ERNST-JAN PFAUTH: En hoe onderscheid je nervositeit voor iets wat je, je kan ook nerveus zijn omdat je iets heel graag wil?

HUMBERTO TAN: Ja. Het, het is niet goed als het je hindert in de uitvoering.

ERNST-JAN PFAUTH: Dat kan toch ook iets zijn dat je moet overwinnen…

HUMBERTO TAN: Hm, ja moet de ander geen last van hebben. (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: Ja. Als je dat in je eentje moet doen, maar als je nog met andere daarbij bent die je nog moet interviewen. Of waar je nog mee te maken hebt, ja dat is gewoon niet oké.

ERNST-JAN PFAUTH: Je kan toch zeggen je moet het leren on the job. Daar moet je toch ruimte voor kunnen krijgen.

HUMBERTO TAN: Ja maar dan moet je misschien eerst andere dingen dan leren, bij een ander programma. Als je niet dit programma…

ERNST-JAN PFAUTH: Een kleiner podium?

HUMBERTO TAN: Ja kleiner podium… Of een ander podium…

ERNST-JAN PFAUTH: Maar dan neem je dus echt best wel snel een besluit…

HUMBERTO TAN: Ja…

ERNST-JAN PFAUTH: Als je merkt: ‘Oh zenuwen zijn niet goed.’ 

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: Dan moet ik het niet doen.

HUMBERTO TAN: Of ik vind, of ik heb er geen lol in. 

ERNST-JAN PFAUTH: Jaaa, oké. Dus die combinatie. 

HUMBERTO TAN: Ja het is wel die combinatie. 

ERNST-JAN PFAUTH: Want je kan natuurlijk wel voor iets nerveus zijn, wat je ontzettend leuk vind om te doen. 

HUMBERTO TAN: Nee ja kan wel hebben dat je iets hebt, dat je in het begin er tegen aan hikt. Nou ja, ‘Joh, aah, het wordt misschien nog wel beter.’ Nee. Wordt niet beter.

ERNST-JAN PFAUTH: Ja want misschien is het grote, het illustrerende, het voorbeeld hiervan is hoe je bij Studio Sport met je zenuwen omging. 

HUMBERTO TAN: Ja! 

ERNST-JAN PFAUTH: Dat je daar begon te zingen.

HUMBERTO TAN: Precies! Precies. Omdat ik gewoon weet… dat is gewoon leuk. En dat je het gesprek hebt en dat je over sport hebt en dat het gewoon…. Shalamar [muziekband] heeft een mooie tekst: ‘If you love someone it must be natural and not demanding.’  En hetzelfde kan je ook zeggen van mijn werkpad, weet je. 

It must be natural, not demanding.’ Het moet, tuurlijk moet je best er best voor doen, je moet er hard voor werken. Je moet je voorbereiden. Het moet scherp zijn etcetera. Het moet wel een soort van natuurlijke flow in zitten. En niet hoekig zijn.

ERNST-JAN PFAUTH: En hoe kom je daarachter? Want ik kan me ook voorstellen dat er nu mensen luisteren die aan het begin van hun carrière staan. En denken van ‘ik weet nog niet precies helemaal wat ik wil’. Wat zou je hun adviseren?

HUMBERTO TAN: Is niet erg. Blijf bewegen. Beweeg. Zoek. Waar ben je nou echt nieuwsgierig naar wanneer je wakker wordt? Ben je echt nieuwsgierig naar deze baan als je wakker wordt? Ben je nieuwsgierig naar die dag? Ben je nieuwsgierig naar die invalshoek die je kan bedenken? Ben je nieuwsgierig naar ontmoeting met die ene man of vrouw? 

Ben je nieuwsgierig. Ben je echt nieuwsgierig. Dat is waar je wil zijn. Althans, dat werkte voor mij. Ik werd bij Studio Sport elke dag wakker van: ‘Ik ben echt nieuwsgierig man. Wat is er op…’, en toen hadden we geen internet hè. Nu kan je telefoon pakken. 

ERNST-JAN PFAUTH: Ja, ja.

HUMBERTO TAN: Toen moest je op de krant wachten. (Lacht)

ERNST-JAN PFAUTH: (Lacht)

HUMBERTO TAN: De ochtendkrant pakken, ‘Wow! Dit verhaal! Dit verhaal!’, ‘Wauw!’.  Ja, daar was ik echt nieuwsgierig naar. Elke dag weer. 

ERNST-JAN PFAUTH: En als, oké, als je dat als luisteraar hoort. Van kijk waar je nieuwsgierig van wordt, zit daar ook een soort gradatie in? Want het kan ook zijn dat je in iets heel arbitrairs nieuwsgierig bent? Moet je daar dan toch achterna gaan?

HUMBERTO TAN: Wil je er meer van weten? 

ERNST-JAN PFAUTH: Dan is het genoeg?

HUMBERTO TAN: Of ben je, of ben je uitgeconsumeerd als je het hebt gelezen. Of wil je er meer van weten? Weet je. Nu met het WK voetbal bijvoorbeeld, ik weet niet van elke speler welke club ze zitten. 

Dus dan ga ik echt zo van: ‘Waar, waar zitten ze, daar dan nu eigenlijk… Oh ja, oh ja, tuurlijk.’ Weet je dus dat je gewoon blijft zoeken naar… Oh ja, Lloris en Kane, Tottenham. Oh ja, wat grappig ja, want die moeten tegen elkaar. Dus dat je die dat perpetuum mobile hebt dat je denkt van: ‘Oh ja, oh ja, zo zit het in mekaar.’ 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus de meeste mensen zeggen volg je passie, en jij zegt eigenlijk volg je nieuwsgierigheid. 

HUMBERTO TAN: Ja want passie weet je niet altijd, nieuwsgierigheid voel je meteen.

Passie ontdek je pas, vaak, wanneer je dingen al aan het den bent. En nieuwsgierigheid is al aan, bij de voordeur al. ‘Oeh ik wil weten, ik ga die deur openen.’ (Doet geluid krakende opengaande deur na) 

ERNST-JAN PFAUTH: Is dat ook de reden waarom je, aan het begin van het gesprek dat je niet ambitieus bent. Omdat ambitie vaak gaat over ik moet succesvol worden…

HUMBERTO TAN: Ja…

ERNST-JAN PFAUTH: Terwijl jij zegt: ‘Ik wil mijn nieuwsgierigheid achterna.’

HUMBERTO TAN: Misschien is een goed voorbeeld, het fotoboek dat ik heb gemaakt. Ik heb een fotoboek nu, Morgen gaat het beter. Over mensen die honderd jaar en ouder zijn. Maar ik ben dat project niet begonnen omdat ik een fotoboek wilde maken. Ik ben dat project begonnen omdat ik beter wilde worden in fotograferen. 

Omdat ik wilde fotograferen überhaupt. Omdat ik daar lol in heb. Omdat ik merkte dat er meer mensen waren van honderd en ouder, dan dat ik had kunnen vermoeden. Dat ik het leuk vind om met die mensen te praten, om te leren, om te schrijven. Om te fotograferen. Na te bewerken. En ineens had ik er veertig. 

‘Oeh! Oh wacht even, veertig, misschien moet ik er wel dan honderd maken. Oh wacht, honderd. Misschien is dat wel een boek.’ Dus dat begint niet bij dat boek. Dat begint bij de lol en nieuwsgierigheid.

Het fotoboek van Humberto (klik op de afbeelding voor meer informatie)

ERNST-JAN PFAUTH: Zijn er ook dingen die je uit interesse doet, waar wij niks van zien? 

HUMBERTO TAN: Nou collega’s zien dat wel eens. Ik pak wel een drumstokjes, ga ik drummen. Maar daar ben ik echt heel slecht in. Dus die worden altijd een beetje moe van, ‘Oh…God gaat ‘ie weer… ‘Hij gaat weer drummen, oh….’ Ik zeg: ‘Jongens ik weet dat ik het niet kan. Maar het is gewoon leuk om te doen. Het is toch mooi.’ En dan doe ik een zelfde riedeltje en dan wil ik het steeds beter doen. Probeer ik een klein beetje andere fills te doen. Ja ik vind het leuk om te pielen.

ERNST-JAN PFAUTH: Afgezien van deze uitzondering dan, speelt het leerproces waar je dan telkens voor kiest zich in de openbaarheid af.

HUMBERTO TAN: Ja.

ERNST-JAN PFAUTH: En dan laat je dus ook aan het begin zien, ik kan hier nog helemaal niets van.

HUMBERTO TAN: Ja. 

ERNST-JAN PFAUTH: Waarom is dat acceptabel voor jou?

HUMBERTO TAN: Het is acceptabel omdat ik zelf weet dat ik er of te weinig voor heb gedaan. Drummen is daar een goed voorbeeld van. Ik doe het wel maar ja wanneer doe je het, als een keertje een band langskomt en je kent die drummer toevallig. En je zegt: ‘Mag ik even op die drum?’ Want als een andere band langskomt dan doe ik het niet. Dan denk ik: ‘Ja ik blijf van die man zijn drumstokjes af.’ 

Dus ik doe er te weinig voor, dus ook niet raar dat je het niet kan. Dus ik accepteer dat gewoon. Dat is gewoon een feit. Ja. Dus ik, en dat andere dan zien, ja dat, ik weet niet. Golfen. Kan ik helemaal niet goed. Want ik doe het te weinig. Ja mijn zoon die kan het waanzinnig goed. Dus vind het helemaal niet erg dat ik van hem verlies. 

ERNST-JAN PFAUTH: Omdat hij gewoon meer geoefend heeft?

HUMBERTO TAN: Hij, hij is veel beter, hij heeft meer talent. Hij oefent meer. Het zou raar zijn als ik van hem zou winnen.

ERNST-JAN PFAUTH: Ik heb een keer een boek gelezen van Carol Dweck, een Stanford professor over dat je een growth mindset moet hebben. Dat klinkt heel motivational, maar is gewoon een wetenschappelijk concept. Dat je moet geloven dat je ergens beter in kunt worden. En eigenlijk talent vaak overschat is. En ook dat het een soort self fulfilling prophecy kan worden als je zegt: ‘Jij bent ergens niet goed in, dat mensen dat ook gaan geloven.’

HUMBERTO TAN: Kobe Bryant vind ik fantastisch. Toevallig vanmorgen nog het filmpje gezien. De basketballer. Kobe Bryant vertelt het verhaal, dat vond ik echt een fantastisch verhaal, hoe hij op zijn twaalfde meedeed aan basketbaltoernooi in Amerika en hij was de slechtste van iedereen. Nul punten, nul rebounds, nul passes. Niets. 

Gaat naar zijn huis, zegt tegen zijn vader: ‘I suck.’ En zijn vader zei alleen: ‘What are you gonna do?’, wat ga je doen? Dan moet je trainen. Dan moet je meer trainen. Hij is gaan trainen. Op zijn veertiende, twee jaar later, speelt ‘ie hetzelfde toernooi. Hij was de beste van het land. Hij is gewoon gaan trainen. En dat trainen van hem is zo maniakaal geworden. Hij zei, hij trainde zijn leven lang, stond ‘ie gewoon om vier uur op. Om te trainen tot zes uur. 

Ging ‘ie rusten. En ging ‘ie weer trainen tussen elf en één. Ging ‘ie rusten. En ging hij weer trainen tussen vier en zes en ging ‘ie rusten. En dan ging hij ‘s avonds weer een keer trainen. Hij zei: ‘Moet jij optellen hoeveel meer ik getraind heb dan mijn concurrentie, die gewoon twee of drie keer per dag traint. 

Ik doe vier keer per dag. Tien jaar lang. It’s not luck, it’s hard work. Dat is wat hij doet. En ik denk dat ik een, deze mindset niet per se, maar ik heb ook een periode alleen, heb ik ‘s ochtends gewerkt dat ik om vijf uur moest beginnen. Bij 538 heb ik dat gedaan. Bij BNR heb ik dat tweeënhalf jaar gedaan. Bij 538 heb ik dat vier jaar lang gedaan in de zomer, als vervanging van Edwin Evers. 

En ik vond het fantastisch. Gewoon ook, en op basis van Edwin Evers, is Late Night gekomen. Omdat Erland Galjaard hoorde mij dat regelmatig doen, zo de radio. En ik heb niet met die doelstelling gedaan. Maar door dat ik in beweging was en dat ook gewoon heb aangepakt. Ook eerste week ook onbetaald. 

Ja want ik zeg: ‘Ja wat moet ik vragen? Ik heb geen idee, ik heb het nog nooit gedaan. Je hoeft me niks te betalen. Ik doe het gewoon. Ik wil het gewoon eerst proeven. Of ik het überhaupt kan.’ Edwin geloofde erin, dus ik heb het gewoon gedaan. BNR werd ik gevraagd door Paul van Gessel en zei ik: ‘Nou dan wil ik eerst, eerst een ochtend komen kijken. Zonder dat je mensen zegt wat ik kom doen. Zeg maar gewoon dat ik geboeid ben door het programma en dat ik, dat ik wil zien hoe het gemaakt wordt.’ 

Ik heb gewoon de hele ochtend daarbij gezeten. Om te kijken; kan ik hier iets toevoegen? Want je vraagt me wel, want kan ik echt, denk ik, iets toevoegen. En pas daarna zei ik: ‘Oh volgens mij kan ik hier wel iets mee.’

ERNST-JAN PFAUTH: En hoe komt het dat jij, op zulke momenten, als je iets nog niet kan, geen schaamte voelt?

Humberto over schaamte

HUMBERTO TAN: Goeie vraag. Wat is schaamte? Weet je. Wat is echt schaamte? Omdat je iets niet kan? Nee natuurlijk kan je het niet. Je hebt het nog nooit gedaan! Dus dan heb je dus een verkeerd verwachtingspatroon van jezelf. 

Jij denkt dus dat ik schaamte voel. Ik ga je een voorbeeld geven… Ik was met de Champions League stond ik met Wesley Sneijder en Theo Janssen stonden we langs het veld. Er komt een bal onze kant op. Dat was buiten de uitzending. Er komt een bal onze kant op. Ik schiet die bal terug.

Werkelijk. Ik glij half uit, die bal gaat niet naar A maar gaat naar Z. Wat niet de bedoeling was, dus Wesley Sneijder en Theo Janssen die kijken me echt zo aan van… Niet meer doen. Gewoon niet meer doen. En ik kan alleen maar hard lachen. Want dat klopt. Het was slecht. Het was heel slecht.

En het was een bal over vijf, zes meter. En ik zag de humor er ook van in. Want ik sta langs de lijn om straks te praten over een Champions League wedstrijd tussen Ajax en Napoli, ga natuurlijk heel kritisch zijn over alles wat daar gebeurt. Maar je kan die bal nog niet eens vijf meter wegkrijgen. Dat is gewoon humor. En het is ook niet raar dat ik het niet kan, want ik heb het al veertig jaar… Nou dat is niet waar, twintig jaar niet meer gedaan.

Dus ja ineens, wat vroeger heel normaal was, ik heb wel veel gevoetbald, wat vroeger heel normaal was, want ik heb dus wel veel gevoetbald. Maar wat vroeger dus heel normaal was dat ik een bal over vijf meter dus strak in iemands voeten kon spelen. Ineens was dat weg. En daar kwam ik toen achter. En moest ik ook om lachen. 

Maar ik kan me er ook voor schamen dat ik geen profvoetballer ben, nee hoor. 

ERNST-JAN PFAUTH: Dus je rationaliseert het gewoon, je denkt: ‘ik heb er niet meer voor getraind, natuurlijk kan ik dit niet’.

HUMBERTO TAN: Ik ben realistisch…

ERNST-JAN PFAUTH: En misschien heeft het ook iets mee te maken dat je iin een heel warm gezin bent opgegroeid, met oudere broer die zich niet voor je schaamt, dat, dat geeft denk ik ook een soort van andere verhouding tot schaamte. Je hebt altijd gehoord dat je er mag zijn.

HUMBERTO TAN: Misschien ook wel…

Ik, ik leer het mijn kinderen ook. Probeer het gewoon. Doe het gewoon. En als je het lang genoeg doet dan word je vanzelf een klein beetje beter. En of je heel goed wordt dat weet je nooit. Maar je wordt altijd beter als je het meer doet. Doe je best. Doe gewoon je best. Doe je best! Wij zeiden tegen onze kinderen altijd: ‘Weet je soms kunnen wij ontevreden zijn over een acht. En heel tevreden met een vier. Maar ik zie wat je erin hebt gestopt.’

Het gaat niet om het resultaat, alleen maar. Het gaat om je effort

ERNST-JAN PFAUTH: Het lijkt me een hele goede afsluiting, dankjewel!

HUMBERTO TAN: Graag gedaan.

Lees ook de interviews met Wilfried de Jong, Paul de Leeuw en Jandino Asporaat.

Wil je geen aflevering missen?

Geef je dan op voor de persoonlijke nieuwsbrief van presentator Ernst-Jan Pfauth. Hij mailt je nieuwe interviews en de belangrijkste lessen uit de gesprekken.